blog Braakbal

blog Braakbal

Schrift

schrijvenPosted by Jasmien Aernout 19 Sep, 2018 10:26

Ze zit met een gekromde rug op een picknickbank in het park. De tafel waarop haar schrift ligt, blinkt in de ochtendzon. Ze moet haar ogen tot spleetjes persen om haar pen te kunnen volgen. Haar fiets staat naast de bank. Aan het stuur hangt een mandje, de oranje reflectoren op de wielen vallen op in het bijna fluogroene gras.

Een oude man komt voorbij. Ze kijkt op, glimlacht en brengt haar gezicht weer naar het schrift. Ze schrijft zacht. Met trage bewegingen duwt ze de balpen op de blauwe lijntjes van het dunne papier. Het schriftje kocht ze bij Hema. De letters die ze vormt zijn rond en hoekig. De a, de o, de d, de g bollen op. De r, de k, de s, de p zijn te strak. De t mist een streepje.

Ze kijkt op en staart in de verte. Een fietser komt aangereden. De stoffige kiezeltjes knerpen onder de banden. Ze glimlacht naar de vrouw op de fiets, kijkt hoe ze het park door fietst. Dan draait ze een blad om, het papier kraakt onder de vele doorgedrukte woorden. Ze zet haar pen neer en schrijft verder, rustig.

Daarna volgen een koppel, een stoet gele fluojasjes, twee luid pratende tieners op de fiets, een vrouw met een kinderwagen en een smartphone in de hand, een jogger, toeristen met rolkoffers. Ze knikt steeds en schrijft verder. Ze draait pagina’s om, blauwe lijntjes stromen vol. De zon schuift over haar rug, over het gras.

Ze draait de kaft om, recht haar rug en trekt haar schouderbladen naar elkaar toe.

(Elke dag een kort bericht - dag 3)


Braakbal (2)

schrijvenPosted by Jasmien Aernout 24 Jul, 2018 11:15
De noodzaak van verhalen.

Het is zomer, ergens in het begin van de jaren negentig. Frankrijk. Mijn broer en ik liggen elk in een onbekend bed, in een onbekend huis dat voor een week het onze is. “Hekse Tekla en skeetepatatje”, steekt mijn vader van wal en hij schudt een nieuw avontuur van het olijke duo uit zijn mouw. Geen idee waar hij ooit de inspiratie vond om die twee de hoofdrol te laten spelen in zijn verhaaltjes voor het slapengaan. Veel meer van die vakantie herinner ik me niet, behalve dat we eerder in het verkeerde huisje waren beland en er al naar het toilet waren geweest (gniffel gniffel), ik tijdens alle wandelingen een gevonden rode stok meesleurde en ik er het Franse woord voor stokbrood leerde om zelf naar de bakker te kunnen gaan.

Op dit punt hebben al twee verhalen zich met elkaar vermengd. Dat van ‘Hekse Tekla’ zegt iets over mijn vader én over mijn kindertijd. Daarnaast haal ik herinneringen op aan een reis als kind, wat nog meer vertelt over mijn kindertijd en vooral over mezelf. Welke details er precies in mijn geheugen zijn blijven zitten (dat van het stokbrood was ik zelfs vergeten maar omdat ik tijdens het schrijven de omgeving en de stok voor me zag verschijnen, dook ook dat detail bij me op). Klopt het allemaal wat ik zeg? Dat weet ik niet. Mijn broer zal er misschien, ik denk zelfs zeker, een andere versie op nahouden. En veel van wat ik me herinner zal gereproduceerd zijn uit hoe wij er als gezin achteraf over hebben gesproken (want dat van het toilet in het verkeerde huis, dat was lachen).

Van de meest gemene roddel tot een boeiende les geschiedenis. Onze levens rijgen aaneen van de vertelsels. Het commerciële ‘misbruik’ van authentieke verhalen laat ik hier voor het gemak even achterwege. Waarom willen we zo graag weten waar we vandaan komen? Een leven lang bouwen we met verhalen aan onze identiteit en dat gaat best goed wanneer we degelijke fundamenten cadeau hebben gekregen. Maar begin maar eens te bouwen wanneer je de bakstenen die je maakt uit de klei waar je voeten in ploeteren voortdurend terug in de grond ziet verdwijnen. Het is extreem gesteld. Omdat anderen zo graag willen weten wie we zijn, omdat we in relatie staan met anderen, willen we een helder zelfbeeld zodat we ons op een gefundeerde manier aan hen kunnen presenteren.

Omdat helemaal ‘zonder verhalen zijn’ eigenlijk niet mogelijk is, is het belangrijk dat we onze best doen om de verhalen die we hebben zo goed mogelijk te vertellen. Als we die al durven vertellen. Tussen weerpraatjes en nieuwsfeiten door moeten we nu en dan een braakbal durven ophalen. Wat voor veel mensen een reden is om iets niet te zeggen is de beste reden om het wel te doen: zolang je het niet hebt verteld, zal er ook niets gebeuren.’


Deze tekst is een vervolg op ‘Braakbal’ van 22 juni 2018.





Braakbal

schrijvenPosted by Jasmien Aernout 22 Jun, 2018 12:00


‘Vanwaar de naam?’
Het is een vraag die wel vaker komt.
Ik zou kunnen zeggen dat het mijn familienaam is. Net zoals die brave bediende ooit dacht.
‘Op welke naam mag de factuur?’
‘Braakbal’, zei ik.
‘Je hebt er ook niet zelf voor gekozen, hé’, zei hij met getraind commercieel medelijden.
‘Oh, jawel hoor’, lachte ik.
Ik had het niet door. Tot ik de factuur in handen kreeg. ‘Braeckbal’. Het zag er nog zo gek niet uit, er zijn ergere namen.

Wat zegt Wikipedia? ‘Een braakbal is een meestal ronde of ovale brok materiaal. Een braakbal bestaat uit de onverteerde resten van dieren, zoals haren, botjes en nagels. Braakballen worden alleen afgegeven door roofdieren. Het is een vorm van orale afgifte van onverteerbare resten door deze uit te braken.’

Het was zomer. Een vriend en ik waren naar een weiland afgezakt waar we naar Duikvlucht zouden kijken, een voorstelling van Studio Orka, maar een stortvloed gooide roet in het eten. We schuilden, de wolken verdwenen en de zon kwam godzijdank terug. Want tijdens die voorstelling viel de naam me simpelweg in de schoot, toen nog zonder door te hebben wat dat voor mij steeds meer zou gaan betekenen.

Zoals steeds overtreft het gezelschap zichzelf met geniale constructies, decors die bewegen, leven, verrassen en uitmunten in technische heerlijkheden en dat alles met een menselijkheid, een aanval op het hart. Een van de personages is een opmerkelijke verzamelaar. Met een gigantische machine zuigt hij braakballen uit de rivier. De verloren gewaande en met opzet weggegooide vondsten ordent hij bovendien volgens zijn eigen, unieke systeem. En dan rolt er ineens een meisje de scène op.

Het woord liet me niet meer los.

Braakbal.

Het zit erin en het komt er terug uit. Omdat het niet verteerbaar is. Omdat het gewoonweg niet anders kan. Doorslikken heeft geen zin. Wachten tot het overloopt ook niet. En misschien ben ik, snel getriggerd, extra vatbaar voor een moeilijke vertering. Het is ook een beetje vuil, niet netjes. Dierlijk. Het woord staat aan het begin van het alfabet en klinkt best vrolijk. Vrolijk, met een randje. Ik kan geloven dat anderen er niet van houden, de neus ophalen. Het hoeft trouwens niet zo wreed te zijn als het klinkt.

Het is een oefening, dat ‘braakballen’ (het werkwoord). Wat werp je op en wat niet, bij wie wel en bij wie niet, hoeveel of hoe weinig, op papier of gewoon gezegd, rijp gegist of vers gevallen? Wat je wel weet, is dat je er lichter van wordt. Toch zet die kennis je niet altijd aan tot actie. Het is als met een toertje lopen - bij mij toch - eerst uren treuzelen en overwegen, om daarna opgelucht en met een rode kop thuis te komen.

Gisteren luisterde ik tijdens het wandelen naar een TED-talk over het belang van theater voor de democratie. ‘Theater is een oefening in empathie’. Natuurlijk wel, toch bleef ik erop hangen. Omdat er een missie in schuilt. Een missie die mijn Braakbal ook heeft. Onbewust ontstaan, organisch gegroeid en het wordt steeds maar groter. Heerlijk. In mijn schrift schreef ik vorige week: ‘Het was een bedrogen uitkomst, te merken dat het hoofd niet alles in zijn eentje kan oplossen.’

Wordt vervolgd.