blog Braakbal

blog Braakbal

Hey

koffiePosted by Jasmien Aernout 04 Oct, 2018 09:47


Waar zullen we ons vandaag eens door laten ontwaken?

Door het licht van de zon.
Stemmen op de gang. Auto’s op straat.
Kinderen.
De wekker, wil je dat gezeur?

Een arm die in de weg zit. Je eigen arm.
De geur van koffie.
Het lied dat je gisteren zong.
Een droom.

Ogen. Wimpers.
De wind.
Facebookblauw.
Of de regen.

Een verloren fietssleuteltje.
De krant. Netflix?
‘Goeiemorgen’.
Geneurie. Doe je zelf.
Muziek.

Een sigaret.
Stof uit de zetels. Niezen.
De kaartjesknipper. Of knipster.
Het stoplicht.

Boterhammen.
Pijnlijke knieën.
‘Hey.’
Een kus.

Een bestelwagen die je uitzicht belemmert.
Te weinig cash op zak.
Rennen. Een regenboog?
Een vraag.

Het antwoord. Of niet.

Of niets.

(Elke dag een kort bericht - dag 14)

Elke dag een godverdomme

koffiePosted by Jasmien Aernout 02 Oct, 2018 12:24

‘Godverdomme’. De pastoor schudt aan zijn kleed terwijl hij het kopje voor zich uit houdt. De koffie druppelt van zijn hand op de vloer van de bijkeuken.
‘Josianne, hoe dikwijls heb ik je al gezegd om het mij te laten weten als je hier bent.’

Het vrouwtje zit gehurkt achter de kastdeur. Cillit Bang, Mr Proper, Cif, bleekwater, azijn. Waar zou ik zijn mond vandaag eens mee spoelen?, denkt ze.
‘Ik heb geklopt op je kamerdeur’, zegt ze nog steeds met haar hoofd in de kast. ‘Maar ik dacht dat je nog sliep. Het was tenslotte dat feest gisteren.’
‘Dan heb ik dat niet gehoord.’ Hij gromt.

Josiannes tengere lijfje zit strak gebonden in een verkleurde schort. Haar krullen zijn blond, bijna wit en haar ogen drijven op twee uitgezakte wallen.
‘Dan heb je dat niet gehoord, nee.’ Ze gooit de kastdeur dicht.

‘Josianne, godverdomme.’ Hij zet het kopje op de kast. ‘Heb ik nog een reserve?’
‘Waarom heb je dat kleed nu al aan?’
‘Voor de viering, hé, Josianne. Over tien minuten staat mijn familie hier.’
‘Juist, meneer pastoors familieviering. Omhoog’. Ze wenkt met haar vinger.
De pastoor steekt zijn armen in de lucht. Josianne bukt zich om de rand van het gewaad te pakken en trekt het over zijn hoofd.
‘In je kast.’
‘Merci, Josianne. Godverdomme zeg’, roept hij terwijl hij wegloopt.

Josianne haalt een balpen en een boekje uit haar schort.
'Check', lacht ze en ze werpt een knipoog richting hemel.

(Elke dag een kort bericht - dag 12)

Honger

koffiePosted by Jasmien Aernout 25 Mar, 2018 15:50

‘Ge hebt er deugd van, ‘k zie ‘t aan uw doeninge. Er zijn er waarschijnlijk veel die het zouden kunnen gebruiken mochten ze niet moeten werken.’
Zegt de man.
Ik zit in de zon.
In de eerste zon zoals ze zeggen. De zon is er altijd. Het is niet omdat de vuile vaat zich opstapelt rondom de spoelbak dat er geen proper bord meer in de kast kan staan.
Mensen hebben woorden nodig.

Als een slaperig kuiken leg ik mijn gezicht in het warme licht. De stralen prikken door mijn oogleden. Misschien moet ik gewoon een potje huilen, denk ik.
Soms heeft ze wat opdringerigs. Telkens ik haar zie, wil ik naar buiten, bang dat ze straks weer verdwenen zal zijn. Ja, jij. Je trekt aan mijn mouw.
Ik krijg niks gedaan. Ik haper aan onzichtbare draadjes, mijn huid is een velletje onrust. Ik krijg het er niet afgewreven vandaag.
Brandmerk me. Voed me met de vezels van jouw licht.
Er leeft een woekeraar in mij. Zo gulzig. De dingen tuimelen in mijn hart.
Zou ik hem vragen met wie hij belt? De man.
Zo gulzig dat je vergeet te eten.
Bewaar jouw moed in mijn poriën. Ik heb nog plaats.
Alleen het koffiekopje in mijn handen is nog warmer. Het zet hete stempels op mijn bovenbeen. Op de tafel drijven lompe druppels. Ze golven niet eens, verstard als ze zijn door de nieuwe greep van de zon. Je speelt het weer klaar.

Ze zingen aan de overkant van het water. Terwijl ze balustrades plaatsen op gloednieuwe balkons. De vrijheid die meteen wordt ingeperkt. Op sommige plaatsen zet je best geen stap te veel.
Het dondert. Het knalt. Alsof ik mijn knieschijf straks uit mijn navel kan trekken. Maar ik beweeg niet. Terwijl het strijdt in mijn hoofd. Want ik ben een vrouw met een koffie in de eerste zon. Die gaat niet staan dansen op straat uit ongemak. Daar zou de man pas van opkijken.
Wil je even wat van je kracht, wat van je kracht vertalen in mij?
Je doet me wat aan, jij.