blog Braakbal

blog Braakbal

Prins (ahum) Koning Pitoen - een sprookje

mensenPosted by Jasmien Aernout 05 Dec, 2018 17:43



‘Ik wil buiten spelen. Moet ik nu echt de hele dag op die stomme troon zitten?’
Het gezicht van de jonge prins Pitoen loopt rood aan.
‘Uw vader, onze koning, heeft gezegd dat u vandaag moet leren troonzitten’, reageert de paleiswachter. ‘Morgen heeft u etiquetteles en leert u hoofs dansen.’
Prins Pitoen laat zich onderuitzakken op de troon.
‘Rechtzitten, jonge meester.’
‘Weet je wat ik wil’, roept de prins. ‘IK WIL LEREN ANNEXEREN! En daarom moet ik buiten spelen. Hoe zal het rijk van mijn vader anders groter worden? Hij is een luie koning. We moeten zeeën en bergen veroveren en als we er niet geraken moeten we desnoods bruggen bouwen!’
‘Ik bewonder uw strijdvaardigheid, jonge prins, maar de wil van de koning is wet. Zelfs voor zijn enige zoon’, zegt de wachter vastberaden. ‘U mag ook altijd huiswerk maken heeft hij gezegd’.
‘Ik kan niet wachten tot ik koning ben’, moppert prins Pitoen.

En zo geschiedde…

‘Ahaaa’. Het gejuich van Koning Pitoen De Eerste weerklinkt over het tentenkamp in een open plek in het bos. Zopas bezorgde een ridder een boodschap van aan het front.
‘Uw manschappen zijn erin geslaagd de volledige Driehoek aan de Zee van Alsof in te nemen, majesteit.’
Koning Pitoen legt een hand op zijn buik. Zijn darmen moeten wennen aan het eten buiten het paleis. Gisteren heeft hij met smaak de speciaal voor hem geschoten eland opgepeuzeld maar er moet toch iets met het dier aan de hand zijn geweest. Hij boert binnensmonds.
‘Laat de troepen onmiddellijk aan de bouw van een brug beginnen tussen mijn rijk en de Driehoek aan de Zee van Alsof. En zorg ervoor dat ze ineens drie datsja’s voor me neerpoten. Kan ik mijn vader zaliger - de goden hebben zijn ziel - eens laten zien hoe een echte koning te werk gaat.’

Drie dagen later houdt koning Pitoen zich krampachtig met twee handen vast aan de stam van een boom. Hij zit gehurkt en heeft zijn lange onderbroek tot aan zijn enkels afgestroopt. Tussen zijn tanden klemt hij de stof van zijn gewaad.
Er zit niks meer in, denkt hij. Ik heb die eland nu toch al helemaal uitgescheten? Ik zit hier verdorie al drie dagen te kakken in het bos.
In de verte rommelt het.
Wat voor een koning ben ik eigenlijk? Ik kan mijn eigen troepen niet eens meer aansturen.
Het begint te regenen, steeds harder. De koning is in een mum van tijd kletsnat.
‘Het spijt me vader’, huilt hij. ‘Het is het niet waard. Je had gelijk. Hoe slim of mooi we ook mogen zijn, ons koninklijk geslacht is niet gemaakt voor het buitenleven.’
Net wanneer hij denkt dat de aanval voorbij is en hij terug recht wil staan, kondigt een pijnlijke kramp een verse lading aan.
‘Het spijt me, vader.' De koning richt zijn verkrampte gezicht naar de hemel. 'Ik zal nooit meer buiten spelen.’
Het gejammer van koning Pitoen overstijgt het geluid van de vallende regen, de kwetterende vogels, de wind in de bomen. Als je goed luistert, kan je het horen.



Drietand

mensenPosted by Jasmien Aernout 18 Oct, 2018 14:49


Ik zit in een groep van mensen die op zoek zijn naar wat ze willen. 
De eerste dag vroegen we aan elkaar of we in het juiste lokaal zaten. Dat hadden we alvast goed. Daarna vonden we ook de koffiemachines en balpennen.

Er is iemand die goed kan organiseren. En ook iemand die graag met zijn handen werkt. Er is iemand die zoekt hoe ze zichzelf beetje bij beetje kan heropbouwen. Iemand wil niets meer moeten willen. Er is niemand die niet op zoek is.

In elke groep zit een leugenaar. 
Nu ben ik het. Ik kom bij de groep slechts een schop onder mijn kont halen dus ik weet wat ik wil. De groep is een excuus. Want ik talm en treuzel, denk liever na, peuzel aan mogelijkheden terwijl de dag van morgen achter me aanrent. Hij houdt een drietand in de lucht en roept: ‘Schrijf en zing dan toch, mijn kind!’

De dag van morgen heeft de gedaante van mannen, van vrouwen, van iets ouder en iets jonger. Gezichten die knikken, monden die vertellen en grappen, levens die floreren, hobbelen, vallen, vastgrijpen en rechtstaan.
Opnieuw.
Voor de koffie. En de zoektocht.

Morgen gaat de groep weer aan tafel zitten.
Morgen hebben ze een drietand bij.
Morgen trappen ze me buiten.



Uitstap

mensenPosted by Jasmien Aernout 05 Oct, 2018 11:39


Ze hinkt achterop. Het schoolvoorbeeld van tienereenzaamheid.

Eerst werd ze ingedeeld in een groepje. Daar gruwelde ze deze nacht al van. Natuurlijk kwam ze niet bij de cool kids terecht, moest ze aansluiten bij een ander hoopje losers. En zelfs daar vond ze bittere egootjes die net als de echte stoeren wilden stoppen voor snoep en sigaretten. Het tempo lag laag. En ze bleef steeds een paar meter achterop.

Dan moesten ze per twee op pad. De jongen vloekte niet, weigerde niet opstandig. Dat maakte het nog erger. Zijn moedeloze acceptatie. Alsof met haar niet te leven valt maar dat ze ook niet kwijt te spelen of zelfs te verbeteren is.

Ze lopen ver genoeg van elkaar verwijderd. Hij houdt het opdrachtenblad vast en zij mankt. Ze is deze morgen zo op school aangekomen. Duidelijk hinkend met een verbeten trek op haar gezicht. Ze kan er niet zomaar mee stoppen. Ook niet nu ze maar met twee zijn. Ook niet nu ze echt pijn begint te voelen in haar hiel.

Ze draagt zwarte, stoffen schoenen met dunne zolen waaronder je elk steentje voelt. Ze zweet onder haar dikke trui en de banden van haar rugzak duwen in haar oksels. Zo moet het nog een hele dag. Hij kijkt niet naar haar om. De opdrachten doen ze niet. Ze weet dat niemand het hem kwalijk zal nemen.


(Elke dag een kort bericht - dag 15)


Pepermuntje

mensenPosted by Jasmien Aernout 03 Oct, 2018 09:52


Ze loopt dwars over het grasveld van het park. De paadjes laat ze links liggen. Het gras stapt beter, denk ik. Haar zwarte, blinkende schoenen schuifelen over de sprietjes. Het doet me denken aan de kat. Hij wou ook niet over de kiezeltjes lopen maar het gras was dan weer te zacht waardoor hij altijd op boordjes en kantjes liep.

Ik schuif naast haar aan. Ze houdt het tempo erin.
‘Het zijn mooie dagen, we moeten ze pakken.’
Het lijkt erop dat ze op visite gaat.
Tenzij ze naar huis gaat.
Oudere dames hebben altijd van alles te doen.

Ze buigt licht voorover. Haar klomp van een handtas houdt haar in evenwicht. Het ding ziet er zwaar uit maar er zit vast weinig in. Een zakdoek, een bril, pepermuntjes.
‘Het zal steeds warmer worden, met de opwarming van de aarde.’
Ik knik.
Nu moet ze het gras verlaten.
‘Wat dat allemaal nog zal worden.’
Ik wil zeggen: ‘Wij zullen het alleszins niet meer meemaken.’ Maar ik doe het niet.

Ik moet rechtsaf.
Ze wenst me een fijne dag, schuifelt verder over het steengruis.
Ik kon met haar meegelopen zijn. Om te zien hoe ze steeds de kortste weg neemt. Of voor een pepermuntje.

(Elke dag een kort bericht - dag 13)



Meisjes van 18

mensenPosted by Jasmien Aernout 01 Oct, 2018 11:01


Ze zitten met vier in een driezit. Je zou er met gemak nog een paar van hen kunnen bijschuiven, het zou niet deren. Ik heb net liedjes voor ze gezongen. Over weggaan, over dood en over bleiten. Ze hebben cd’s gekocht.

Ze zien er zo onbelemmerd uit. Standvastig ook, volwassen, vastbesloten. Psychologen en communicatiemanagers in spe.

Ik zit er samen met haar naar te kijken.
‘Weet je nog die avond dat ik tegen je bleef volhouden dat ik zeventien was? Maar ik was zeker al achttien.’
Ze knikt.
‘Dat was wat’, zeg ik. En ook dat ik me eigenlijk nog steeds zeventien voel.
‘Ik ook’, zegt ze. ‘Maar soms ook zevenenvijftig.’

Ik draag regelmatig een onderbroek op mijn hoofd. Het is een handeling die me eigen is geworden. En dan verlies je dat ding ook niet, onderweg van de kast naar de badkamer. Met die onderbroek op mijn kop voel ik me veilig. Niet per se als een kind maar het geeft wel een soort van beschutting. Tegen de dag die nog moet komen, om de dromen van de nacht nog wat langer vast te houden misschien. En dankzij de gaten erin is het ook niet compleet beklemmend. Het heeft wat. Ik kan het je alleen maar aanraden.

Als meisje van achttien zette ik mijn onderbroek zeker op mijn kop. En ik geloof dat een paar hen het ook doen. Als ze van hun kot naar de gemeenschappelijke badkamer rennen terwijl op hun laptop een liedje speelt, ‘bleiten’ misschien.

(Elke dag een kort bericht - dag 11)

beeld: Kop van een vrouw, 1885, Vincent van Gogh

Speculatiegratie

mensenPosted by Jasmien Aernout 27 Sep, 2018 11:15

Mijn buurvrouw, mevrouw De Koninck, brak haar been. Ik heb het van horen zeggen. Meteen snorde ik op internet alle mogelijke beenbreuken op. Er zijn gesloten en open breuken. Dwarse botbreuken, compressie- en avulsiebotbreuken, comminutieve en greenstickbotbreuken. In het dijbeen, kuitbeen of scheenbeen. Een van de symptomen is ‘een krakend geluid bij het bewegen van het bot’.

Ik belde naar het ziekenhuis een vroeg naar een beenbreekspecialist. Hij stelde me gerust. ‘Er zijn veel pistes mogelijkheid’, zei hij, ‘maar ik heb die specifieke case nu niet voor mij dus het blijft tasten in het duister. En opnieuw’, beklemtoonde de specialist, ‘we kunnen niets met zekerheid zeggen.’ Ik knikte en herhaalde zijn woorden: ’We kunnen niets met zekerheid zeggen’.

De hele avond luisterde ik naar de radio of ze me daar zouden vertellen dat ze ook nog niets wisten, dat er veel opties waren maar dat nog niets zeker was. Ik begreep het niet. Zelfs op televisie kwam er geen enkel bericht over de talloze mogelijke beenbreuken die mijn buurvrouw kon hebben opgelopen. Alleen dit: ‘Mevrouw De Koninck heeft haar been gebroken, meer nieuws volgt wanneer we duidelijke informatie hebben. Ze is omringd door haar familie.’ Ik werd boos en zette de televisie uit. Wat was dat nu? Mag een mens al niet meer speculeren? Stel je voor wat voor een leven dat zou zijn? Waar moeten we het dan in godsnaam nog over hebben?

(Elke dag een kort bericht - dag 9)



Refterblues

mensenPosted by Jasmien Aernout 25 Sep, 2018 14:11

Lia plooit haar brooddoos open. Tegelijk sterft ze van de honger en wordt ze misselijk van de pijnscheuten in haar maag. Hoe laat zou het zijn? 12u03, 12u05 misschien? Ze is omringd door collega’s die boterhammen uit plastic zakjes trekken en sandwiches in soepkommen soppen. Lia houdt haar ellebogen dicht tegen haar lijf, haar voeten onbeweeglijk onder haar stoel. Ze hebben het over tv-programma’s. Over koken en mislukte appelcakes. Ze vragen zich af hoe ‘die’ ooit aan een vrouw denkt te raken. Over eilanden, fysieke proeven, schone lijven. Lia duwt haar wijsvinger in een boterham. De steken in haar maag worden erger. Ze kijkt naar kruinen, pratende monden vol eten, handen die kruimels samenvegen.

‘Ik heb geen televisie.’ Ze probeert te glimlachen en beseft dat ze nog geen spier ontspannen heeft. ‘Amai, ik zou dat niet kunnen.’ De vrouw die dat zegt prikt in kerstomaatjes en toefjes salade. Straks zal ze een grote reep chocolade bovenhalen. De kinderen. De ene heeft diarree, de andere leert fietsen, nog een andere heeft een vriendje een dikke mot verkocht en het is de schuld van nog een andere dat de vrouw nog steeds chocolade koopt ‘want anders, ja, anders vlogen de kilo’s er wel af.’ Hoe laat zou het nu zijn? Lia kijkt op haar telefoon. 12u15. Aanvaardbaar.

Op de parking kletst de zon in haar gezicht. Lia gaat zitten tegen de fietsenstalling en eet een boterham.


(Elke dag een kort bericht - dag 7)

Zoldergeluk

mensenPosted by Jasmien Aernout 24 Sep, 2018 11:34


Gisteren vond ik het geluk op zolder. Letterlijk.
Voor de zomer had ik mijn winterdekbed in een grote plastic tas gestopt en boven gedumpt. Ik hoefde er niet echt voor op zolder te komen. Meer zelfs, ik had er nog nooit een voet binnen gezet. Tijdens het huisbezoek met de makelaar en sinds ik hier meer dan anderhalf jaar geleden ben ingetrokken, had ik niet meer dan mijn hoofd door het zoldergat gestoken. Ik durf tredes missen en in het kwalijkste rampscenario tuimel ik twee verdiepingen lager. Het leek me veiliger zo weinig mogelijk spullen op zolder te bewaren.

Ik trok mijn wintersokken uit, ontgrendelde het luik met de metalen staaf en plooide de trap langzaam in elkaar. De boiler, een vergeten plafondlamp en net naast het zoldergat de zak met het dekbed. En ook, op een zorgvuldig aangebracht houten paneel een wegenkaart van België. Natuurlijk had ik die al gezien. En natuurlijk had ik dat raar gevonden. Maar ik zag ineens het artikeltje dat er boven hing: ‘De tien regels van het Geluk’. Nu moest ik de zolder helemaal op. Ik vroeg me af wie effectief tijd had doorgebracht onder dit dak? Er staken punaises in een andere wand. Iemand was hier op zoek geweest naar geluk met een grote G. Ik speurde naar aanduidingen op de wegenkaart maar vond niks.

Ik nam de zak met het dekbed en gooide hem door het gat. Hij kwam pas tot stilstand op de overloop. Tweede regel van het Geluk: Velen willen het Geluk bezitten, maar slechts weinigen besluiten ernaar op zoek te gaan.’

(Elke dag een kort bericht - dag 6)

Next »