blog Braakbal

blog Braakbal

Zoldergeluk

mensenPosted by Jasmien Aernout 24 Sep, 2018 11:34


Gisteren vond ik het geluk op zolder. Letterlijk.
Voor de zomer had ik mijn winterdekbed in een grote plastic tas gestopt en boven gedumpt. Ik hoefde er niet echt voor op zolder te komen. Meer zelfs, ik had er nog nooit een voet binnen gezet. Tijdens het huisbezoek met de makelaar en sinds ik hier meer dan anderhalf jaar geleden ben ingetrokken, had ik niet meer dan mijn hoofd door het zoldergat gestoken. Ik durf tredes missen en in het kwalijkste rampscenario tuimel ik twee verdiepingen lager. Het leek me veiliger zo weinig mogelijk spullen op zolder te bewaren.

Ik trok mijn wintersokken uit, ontgrendelde het luik met de metalen staaf en plooide de trap langzaam in elkaar. De boiler, een vergeten plafondlamp en net naast het zoldergat de zak met het dekbed. En ook, op een zorgvuldig aangebracht houten paneel een wegenkaart van België. Natuurlijk had ik die al gezien. En natuurlijk had ik dat raar gevonden. Maar ik zag ineens het artikeltje dat er boven hing: ‘De tien regels van het Geluk’. Nu moest ik de zolder helemaal op. Ik vroeg me af wie effectief tijd had doorgebracht onder dit dak? Er staken punaises in een andere wand. Iemand was hier op zoek geweest naar geluk met een grote G. Ik speurde naar aanduidingen op de wegenkaart maar vond niks.

Ik nam de zak met het dekbed en gooide hem door het gat. Hij kwam pas tot stilstand op de overloop. Tweede regel van het Geluk: Velen willen het Geluk bezitten, maar slechts weinigen besluiten ernaar op zoek te gaan.’

(Elke dag een kort bericht - dag 6)

Vezelplaat

mensenPosted by Jasmien Aernout 20 Sep, 2018 11:06

Je weet het gewoon: dit is er eentje voor de prullenbak. Soms willen we onbegonnen dagen alweer vergeten. We gooien ze weg nog voor we onze ogen openen. En volledig volgens de cirkel van de zelfvervullende voorspelling laten we die dag vervolgens grandioos mislukken.


Er zijn nochtans opties. Maak er geen gewoonte van maar doe af en toe geen moeite en neem een ‘dag zonder schoenen’. Wanneer was de laatste keer dat je een dag niet in je schoenen stapte? Het slot niet van de deur haalde? At wat er in de koelkast te vinden was? De gordijnen gesloten liet? Vergat waar je je telefoon liet liggen? Je best niet deed en daarvan genoot?

Sommige dagen vergeten we al terwijl we ze beleven. Die zijn de ergste. Omdat er schijnbaar niets de moeite waard is om te bewaren. Andere dagen wissen we beetje bij beetje uit ons geheugen. Elke morgen weten we er steeds minder van. Al slapend persen we vezelplaten van de dagen.

In periodes zijn er dagen van mist. Loop je niet in je eigen schoenen maar in die van iemand anders. Stuwt een wind je vooruit maar je lijkt nooit ergens aan te komen. Er zijn geen woorden van betekenis, er valt niks te grijpen. Je neemt er niets van mee.

Ga dan liggen.

Het is oké.

(Elke dag een kort bericht - dag 4)


Komedie

mensenPosted by Jasmien Aernout 18 Sep, 2018 10:19


‘Plots zat dat zwijn in onze tuin’, vertelt Ghislaine aan de krant. Haar man heet Ghislain. Het koppel woont in dezelfde straat als hun burgemeester. En die burgemeester is de man die de burgemeester speelt in Samson.

Al drie maanden wroet een weggelopen hangbuikzwijn in de tuin van Ghislaine en Ghislain. Ze leerden het beestje ondertussen graag zien. ‘Het is om acht uur ’s morgens wakker en het heeft het naar zijn zin’, zegt de tot pleegmoeder gebombardeerde vrouw. Ze geeft het ook appeltjes en boterhammen te eten. Helaas blijft het dier wild en niet te vangen. We zien de opgetrommelde buurtbewoners, de wijkagent en zelfs een politiepatrouille al op dolkomische wijze over het gazon rennen en in struiken duikelen, zonder resultaat. Zelfs het kooienvalsysteem van de lokale veearts (let wel, vee- en niet dierenarts) bracht geen soelaas. Het beest is slim en heeft grote honger.

Ghislaine krijgt er kopzorgen van. Het varken wroet gazons kapot en durft zelfs alleen de straat over te steken wat dan weer boze reacties van weggebruikers oplevert. Doorgaans maakt Ghislaine zich meer zorgen over haar man. Want toen hij haar vertelde dat hij een zwijn had gezien in de tuin dacht ze verschrikt dat haar man begon te dementeren. ‘Een kinderboerderij’. Dat is de droom van het koppel voor hun ongenode maar beminde gast. Maar eerst vangen natuurlijk.

(Elke dag een kort bericht - dag 2)




Solar Plexus

mensenPosted by Jasmien Aernout 12 Aug, 2018 09:35




Zomeracademie

mensenPosted by Jasmien Aernout 18 Jul, 2018 12:02
‘Jasmien, wij gaan samen een voorstelling maken.’
Het is de zomer van 2011. Ik zit met mijn gitaar op de schoot in een zaal met een houten vloer en grote ramen. Zopas heb ik enkele van mijn teksten voorgelezen en daarna ook een lied gezongen.

De zaak is beklonken. En het blijkt een erg belangrijke zet.

2010, zomer
Een week lang vertoef ik met een grote groep zoekende en creatieve deelgenoten in Destelheide. Weg van actualiteit en to do’s gaan we aan de slag met woord, muziek, beeld, geluid, handen, materialen en mensen. Al googelend was ik bij de Zomeracademie uitgekomen. Met als doel mijn grenzen te verleggen schreef ik me in voor een week musical en theater.

Ik ga met de wagen en besluit te carpoolen. Achteraf gezien is die autorit een van de eerste keren dat ik mijn eigen grenzen oversteek. En dat het helemaal klopt, blijkt ook wanneer mijn medereizigster A een schot in de roos is. Samen hebben we de jaren daarna nog een aantal keren dezelfde rit gemaakt. Samen uit, samen thuis. Dikwijls ook in de nachtelijke uurtjes tijdens die zomerweek.

En toch, ik baal. Omdat ik niet in de groep van de songwriters zit. Ik had getwijfeld bij de inschrijving en van bij het begin weet ik dat ik fout zit. Ik zie de muzikanten met hun gitaar over het domein struinen, in hoekjes en onder bomen zingen en zoeken naar woorden. Shit, ik heb de verkeerde keuze gemaakt. Eigenlijk kan ik musical helemaal niet verdragen. Hoe zeer ik ook van zingen hou, sommige dingen hebben baat bij het gesproken woord. Dankzij de motivatie van A en de fantastische mensen die de hele boel organiseren sluit ik de tweede dag aan bij de songwriters. Oef, eindelijk thuis. Wist ik veel dat het pas het begin zou zijn.

De week daarna zit ik huilend aan de keukentafel. Er moet toch meer zijn in dat twintigersbestaan? Wonen, werken, ik weet niet hoe. Ik heb een hekel aan de norm. Kon het maar elke week Zomeracademie zijn.


2011, zomer
In de zaal met de houten vloer en de hoge ramen zit ik met een groep nieuwe mensen rond een grote tafel. HIJ zal ons een week begeleiden. We zullen leren schrijven om te spelen, te vertellen, te bloggen… eender wat. Ook A is weer van de partij, zij steekt kostuums in elkaar terwijl ik vriendin S heb overtuigd om mee te gaan. S verdiept zich in theater (en geheel bijkomstig ook in psychologische groepsprocessen die bij zo’n intens samenzijn naar boven komen, vooral bij zoekende vrouwen die therapeutisch heil proberen te halen uit een week zonder kinderen, ex-mannen en wasmachines.) We zijn - A, S en ik - best een olijk West-Vlaams trio.

Mijn gitaar ligt in de kamer, ik zal ze niet echt nodig hebben deze week.

HIJ vertelt over zijn schippersfamilie, zijn middelbare school, hoe hij bij acteren terecht kwam, over de liefde, over zijn leven. HIJ gooit ons daarna de vloer op met een opdracht van slechts één woord: moeder.
Mijn hart staat stil, ik wil naar huis. Nu meteen. Ik heb alweer een verkeerde keuze gemaakt. Ik wil schrijven en spelen en niet in therapie.

Hoe kon ik weten dat de moederfiguur een van zijn stokpaardjes is? De jaren daarna leer ik zijn werk als regisseur en auteur kennen en herken ik de moeder als rode draad. En dat het eigenlijk puur toeval was dat hij die opdracht gaf en tegelijk ook weer niet.

Maar het gaat. Het gaat erg goed. Ook al schrijf ik die week niet zoveel nieuwe woorden. De dynamiek, het samen lezen, luisteren, spelen en bewegen is zalig. En dan vraagt HIJ mijn gitaar te halen en ‘eens iets te proberen’.

Ik ben klaar met zingen en vertellen. HIJ staat links voor me en zegt: ‘Jasmien, wij gaan samen een voorstelling maken.’ Het is geen vraag.



2012, lente
HIJ en ik repeteren in de garage. Mijn eerste echte voorstelling komt eraan. Ik zit in een bad waar wielen onder zijn gezet. Ik zet een gekke muts op, gooi een gordijn over mijn hoofd, trek elastieken over mijn gezicht, hang dennenappels aan mijn dikke teen en ik zing en ik vertel. Ik zing en ik vertel. Ik, Jasmien.

Bij de première schenkt HIJ me een glazen bol gemaakt door mensen met een beperking. Omdat HIJ met hen werkt, nog steeds. HIJ is een mens onder de mensen, en vooral onder hen die moeite hebben. HIJ kijkt, zoals HIJ het zelfs steeds weer zegt, achter de muur. Voorbij het zichtbare. Stiekem of luidruchtig plant hij zaadjes, geeft handen en schouders om op te klimmen, zodat zij en wij een eigen plek kunnen veroveren om te staan, om te bestaan.

Er zijn weinig motivators van zijn kaliber.

Nu
Ook in de zomer van 2014 ben ik een week in Destelheide. Om songs te schrijven, nu in het Nederlands, zelfs in mijn West-Vlaams. De motivatieshots die ik daar van L en P mag krijgen, duwen me richting mijn eerste plaat die het jaar daarop zal verschijnen. In 2016 zoek ik er de vrijheid van het creatief schrijven op, waar ik me herbron, de noodzaak van verhalen herontdek en met nieuwe doelen huiswaarts keer.

De jaarlijkse Zomeracademie, haar deelnemers, haar organisatoren en haar coaches beschikken over een onmetelijke ‘waardevolheid’. En dat ik in 2010, ik zat op mijn grijze sofa met mijn laptop op de schoot, besliste het allemaal te gaan ontdekken, maakt me vandaag nog steeds trots. Bovenal, zonder de ontmoeting met HIJ zou de flow waarin ik nog steeds zit er niet op deze manier zijn gekomen. De braakbal groeit sindsdien voort. Hoed u voor de ballen die komen zullen, I’m on a mission.

A = Annelies
S = Sofie
L = Lenny
P = Philip
HIJ = Stefan

https://www.zomeracademie.be/

Wat eet jij vandaag?

mensenPosted by Jasmien Aernout 29 May, 2018 11:11


Ik lees een boek over voeding. Omdat ik net zoals zovelen wil weten wat we eten. En toch stap ik in de bib bijna altijd met schroom met mijn selectie leesvoer naar de uitgang. Voor een groot deel van de Westerse bevolking is het een hype die blijft duren, de zucht naar perfecte, heerlijk ogende maaltijden die je geen enkele moeite kosten om klaar te maken. De plaatjes op Instagram van gezonde borden winnen nog steeds aan populariteit. Dus mogen we gewoon blij zijn dat we er aandacht kunnen aan schenken, dat wij de keuze over wat we naar binnen smikkelen kunnen maken.

Maar vanwaar komt dan die terughoudendheid? Gezond eten vertoeft nog steeds in een schemerzone. Met een fluisterstem bestellen we het nieuwste maar reeds uitverkochte kookboek aan de kassa, moeders en schoonmoeders vinden met kerst stapels gezonde recepten onder de boom, vriendinnen troepen samen tijdens healthy kookworkshops en fitnessjongens poseren met powerfood bowls en een sixpack. Alsof het om een guilty pleasure gaat, een uitspatting die goed meegenomen iets oplevert voor ons welzijn. De marketingmachine draait volop, je kan het de mensen erachter nauwelijks kwalijk nemen. Als zijn het maar die enkelen uit een grote groep geïnteresseerden die zich echt verder zullen gaan verdiepen. Aan de andere kan staan de nee-knikkers.

Vorige week vond ik mezelf terug in een goedgevulde zaal met een overwegend vrouwelijk publiek dat aandachtig de oren spitste toen gezonde voedingsgoeroe Pascale Naessens het podium betrad. Het werd een betoog dat mij niks nieuws leerde maar ik genoot ervan de reacties van de dames te observeren. Ze gooiden blikken van herkenning naar hun vriendinnen, knikten subtiel wanneer ze nog maar eens hoorden dat het allemaal niet zo moeilijk hoeft te zijn en schreven blaadjes vol wanneer Pascale eindelijk de te eten en niet te eten ingrediënten opsomde. ‘Het gaat niet om vermageren’, hamerde ze door. De aandachtige luisteraars bleven onbewogen maar voelden diep van binnen die droom toch nog hevig branden.

Ik betrap mezelf er ook op, dat ik vind dat ik geen lesjes mag leren. Uiteraard voel ik me geen deskundige, allesbehalve, die weg is lang. Maar de neiging om tips te geven borrelt dikwijls op maar ik voel dat het stoort. ‘Nee’, zegt onze ingebouwde levensgenieter. ‘Vandaag proppen we ons vol en morgen doen we weer beter.’ Er is zoveel mis met onze voedingsindustrie maar je mag er niet te veel over zeggen want anders word je weggezet als gezondheidsfreak of een activistische groene jongen. Als er dan al eens een Pascale moet opstaan en de dames in het publiek iets kan bijleren, is het ook wel goed zeker? Ik kan er alleen met mijn hoofd niet bij, en dat hoofd is belangrijk, dat je niet wil weten wat je eet. Mijn lijf en leden hangen nog steeds samen met mijn kop en als ik niet voor dat lijf zorg, wil de kop ook niet mee. Dat had graag al op school geleerd.




Softie

mensenPosted by Jasmien Aernout 19 Apr, 2018 10:09


- augustus 2017 -


'Angst is mijn motor', zegt Hilde Van Mieghem op de cover van de weekendbijlage van De Morgen. Ik diepte de krant op uit de stapel omdat ik net haar column las in de editie van deze week. Die sprak me - ik moet eerlijk zijn - tegen mijn verwachtingen erg aan, dus wou ik weten of er behalve het interview met haar ook al een eerdere column van haar hand was verschenen. En zo kwam die oude bijlage weer bovenaan de stapel te liggen. Ik was er al een paar keer voorbij gewandeld tot ik bij mijn gedachte stilstond. Die gedachte is een denkoefening die ik wel vaker maak.

Wanneer ik een verklaring probeer te vinden voor de reden waarom sommige mensen het niet fijn vinden dat anderen in ons land komen wonen of waarom mensen liever thuis blijven dan de wereld of zelfs hun straat te ontdekken, zie ik in onze menselijke tegenstellingen parallellen opduiken. Waarom neigt de ene persoon naar een gesloten aanpak en de andere naar een open benadering? Stel zelfs dat die ene en die andere dezelfde achtergrond hebben, misschien zelfs uit hetzelfde gezin komen en met gelijke waarden en normen hun leven en ideeën opbouwen maar voor die bepaalde kwestie toch elders uitkomen. Elk aan een uiterste met tegengestelde oplossingen.

Ik kan het niet helpen te geloven dat zowel de ene als de andere bang is voor een wereld zonder harmonie en bezorgd is om het heden en de toekomst. Dat bewijst dat er empathie is, een engagement voor het leven, voor de samenleving en dat is positief. Maar bezorgdheid heeft geen andere bodem dan angst. Angst om verstoring, incidenten, pech. De ene blijft omwille van die angst liever thuis, in een veilige omgeving, een cocon of wat dan ook. De andere wil misschien geen vaste baan uit angst voor routine en sleur, de hoop op een rijk bestaan en het besef van het korte leven.

Veel van wat we doen of niet doen, komt voort uit angst. En dat is volgens mij geen zwartgallige gedachte. Maar het is, zoals Hilde Van Mieghem zegt, een motor. Het verschil is dat de ene die angst als voedingsbodem niet erkent en zal grijpen naar middelen als woede, haat en vijandigheid, terwijl de andere geen probleem heeft om toe te geven dat hij of zij bang is. Met als risico voor softie te worden uitgemaakt maar met het grote voordeel dat die softie zich mag blijven verwonderen en aan die aardse angst een helende en stuwende kracht toeschrijft.



Jacques

mensenPosted by Jasmien Aernout 08 Apr, 2018 12:29


Jacques wil met mij de Himalaya beklimmen. Ik ben in de biowinkel en niet naar iets op zoek. Wat ik nodig heb, heb ik al beet dus struin ik maar wat tussen de rekken die afgeladen vol staan. Het is zo’n winkel waar je niet over de uitgestalde koopwaar kan kijken. De winkeldame praat met een man die, naar ik hoor, wel naar iets op zoek is. Hij is een vaste klant.

De man vindt niet wat hij zoekt. Even later duikt hij naast me op en wijst me op het uitgebreide aanbod. 'Ze hebben hier veel', is zijn openingszin. 'En goede dingen.' Ik beaam. 'Eén keer per jaar', gaat hij verder, 'doe ik een kuur waardoor ik het universum zie.' Ik knik begripvol en tegelijk vragend. Op de naam van het middel dat hij daarvoor nodig heeft, kan hij op het moment niet komen en ook de naam van de acupuncturist die het hem zoveel jaren geleden aanbeval, ontsnapt hem nu even. 'Maar Jacques', zegt de man die nu de acupuncturist naspeelt, 'dat moet je eens proberen.'

Zijn blauwe ogen springen uit zijn verouderde gezicht. 'Elk jaar sta ik tien dagen open en zie ik het universum. Mijn hoofd is als een kroon van een bloem die opengaat. En wat ik zie? Iedereen is depressief.' De man boeit me en het is jammer dat ik niet te weten kom aan welk spul hij jaarlijks zit maar had ik de alcohollucht die zijn adem is niet geroken, ik stapte prompt mee in zijn universum. Jacques heeft nog een ander aanbod. 'Ik zou met jou wel eens de Himalaya willen beklimmen.' De winkeldame komt voorbij en knipoogt naar me. 'Gelukkig kunnen we nog eens lachen hé.' Met die laatste zin brengt hij ons terug met de voeten op de grond. Is hij dan toch gewoon een klant als alle anderen?

Het flatteert me dat iemand zo’n intense onderneming met mij ziet zitten. Tenzij de ‘Himalaya beklimmen’ een spreekwoordelijke bijklank heeft die me vooralsnog onbekend is. Maar ik wil het enthousiasme van Jacques verkiezen boven mogelijke bijbedoelingen. En misschien heeft hij zelfs net een aperitiefje achter de kiezen en is wat ik ruik geen blijvend probleem. Misschien. Want het verschil kan je eigenlijk echt wel ruiken. Ik zie het eigenlijk niet meteen gebeuren, dat van de Himalaya. Ik vrees dat Jacques eenzaam blijft op grote hoogte. We nemen afscheid en ik stap naar buiten. Dag Jacques, ik hoop dat je snel vindt wat je nodig hebt om in dat universum van jou te komen. Zwaai dan maar eens. Het kopje dat niet naar beneden hangt, is het mijne.