blog Braakbal

blog Braakbal

ZIELENROEP

dromenPosted by Jasmien Aernout 04 Jun, 2019 11:01



Die dag ga ik solliciteren in een psychiatrische instelling. Meer dan met het gesprek ben ik bezig met het idee dat ze me er zullen houden. Omdat ik niet stabiel ben, omdat ik het sollicitatiespel dat ik normaal goed kan spelen bij hen niet zal kunnen spelen. Omringd door zielenknijpers, argusogen en friemelbreinen vrees ik door de mand te zullen vallen.

En ook, ik ben visueel niet evenwichtig. De pijnlijke lies die de kop opsteekt na een week in een stapelbed te slapen trekt door naar mijn knie en enkel. Tijdens het stappen schiet ik nu en dan door mijn been waardoor ik lichtjes hink. Ik zie mezelf al struikelen door lege, imposante gangen op zoek naar het kamertje waar de interviewer op me wacht, doordrenkt van het pijnlijke besef dat alle ogen op het domein - die van personeel én patiënten - dwars door mijn masker heen kijken. Ik zal zoeken naar de canapé waarop ik mag gaan liggen en de vraag ‘noem drie negatieve kenmerken van jezelf’ met geschreeuw beantwoorden: ‘Er zijn er zoveel, meneer.’

De hoge plafonds zullen de echo van mijn zielenroep incasseren en er zal geknikt worden. ‘Het is goed dat je gekomen bent.' Ik zal naar adem happen. Door smalle, dunne vensters zal ik een roodborstje zien springen in de takken van een bessenstruik. En er zal verlichting komen. Verlichting in de hand die op mijn schouder zal liggen. Een hand die me door de nu dun bevolkte gangen richting uitgang brengt. En de zon zal schijnen. Met de gloed van de hand op mijn schouder zal ik bevrijd worden. En ik zal zeggen: ‘Het is zo gek nog niet.’



Bye bye matras

dromenPosted by Jasmien Aernout 10 Apr, 2019 09:22


Ik droeg deze morgen mijn matras naar het containerpark.

Het is een emotionele dag.

Ze was mijn allereerste eigen grote bed, ondertussen meer dan tien jaar oud en volgens slaapadviseurs best rijp voor een tweede leven, toch was het met de krop in de keel dat ik met mijn witte, nachtelijke draagvlak van één meter zestig op twee meter weg reed van huis. Want hoeveel verhuizingen heeft ze wel niet meegemaakt? Hoeveel kilometers aan Vlaamse snelwegen zijn onder haar door gemaald? Meestal ingepakt in plastic, vastgebonden op een aanhangwagen die net iets te klein was. Ik koesterde de zwarte vegen gemaakt door die talloze ritten in de regen. Ze vertelden me hoeveel keer ik van huis had gewisseld.

Ik had door het liggen een put in haar gemaakt. Mijn rug zeurde elke ochtend opnieuw bij het opstaan maar ik genoot zo van haar oppervlakte. ’s Morgens diagonaal wakker worden, vier keer over je schouder rollen en nog kieperde ze je er niet uit, ’s zomers je voeten van onder het laken trappen en wijdbeens naar het plafond liggen staren.

‘Wat gaat er van ze worden?’, vroeg ik in aan de man in het containerpark. Ik durfde het woord ‘brandstapel’ niet te gebruiken.
Hij haalde zijn schouders op.
Ze mocht naar het milieustraatje. Dat klinkt mooier dan het is.

Misschien doet het afscheid het meeste pijn omdat ik nog precies weet hoeveel geld ze ooit heeft gekost. Geld dat ik niet eens zelf moest ophoesten omdat ik ze cadeau kreeg. De gulle schenker reed er al die jaren daarna ook nog eens mee van hot naar her, met mij naast zich en mijn blik onafgebroken in de achteruitkijkspiegel.


Foto Viktoria Alipatova (Pexels)



Oudjaar

dromenPosted by Jasmien Aernout 19 Dec, 2018 12:20


Vorige vrijdag vierde ik oudjaar. Er weerklonk een uur lang vuurwerk in de stad, dat was goed meegenomen, zeker omdat het pas half december was. Ik hief het glas en wenste iedereen een voorspoedig nieuwjaar. De dag erna bleef ik binnen in mijn pyjama, dat mag op de eerste dag van het jaar. Dankzij mijn voorsprong hoef ik straks die verdomde drempel naar een nieuw begin niet meer over. Tegen dan zijn mijn voornemens routines geworden, of ik heb ze al over de haag gegooid, dat kan ook.

De feestdagen die eraan komen voelen ineens niet meer zo dwingend aan. Er zijn een paar dingen te doen, dat wel. De wetenschap dat de maan aan de hemel blijft staan als ging april simpelweg over in mei is geruststellend. De geniepige angst die elk jaar in mijn keel omhoogklimt tijdens het gespeeld enthousiast aftellen naar middernacht zal er niet zijn. Die vrees was het grootste op mijn veertiende. Bij de overgang naar het nieuwe millennium kneep ik mijn oren en ogen dicht omdat ik werkelijk dacht dat de wereld zou vergaan. Gelukkig hoef ik dat niet nog eens mee te maken.

Sinds vrijdag denk ik elke dag: ‘Hèhè, hebben we dat toch al gehad.’
Mij zie je niet meer aftellen.



Granola

dromenPosted by Jasmien Aernout 18 Oct, 2018 14:43


Ik wou granola maken met gedroogde stukjes appel maar niemand kon me vertellen hoe ik dat moest doen. Daarna liep ik met sportschoenen aan een berg op en ik hield ook nog een paar in mijn handen. Die aan mijn voeten waren roze, die in mijn handen blauw en waarschijnlijk voor mannen. Het had geregend, het asfalt wat nat. Er stonden kraampjes langs de weg maar ik stopte niet want ik moest naar boven. Het ging voor geen meter. Ik liep zo traag dat ik kon zien wat er in de kraampjes te koop was. Bergen zijn altijd moeilijk voor me geweest. Zeker als ik ze in mijn dromen moet oplopen. Iedereen heeft een paar van die obstakels die maar betekenis krijgen als ze ’s nachts bergen worden, of smalle kruipgangen of onstabiele bruggen of doolhoven. Het is de week van de betekenisdromen. Mijn vrienden betwijfelen me. Ze lachen me niet uit maar hun lippen krullen en ze zouden liever ergens anders zijn. Ik verdwaal in een ziekenhuis dat een zwembad is geworden en loop zo ver verloren dat ik op straat beland. Ik heb een gsm en een smartphone. De smartphone is leeg en het lukt me niet deftig op de knopjes van het gsm-toestel te drukken. We lijden collectief aan een minderwaardigheidscomplex. Dat krijgt ons vroeg of laat op een of andere manier te pakken.



Optie C

dromenPosted by Jasmien Aernout 28 Sep, 2018 09:44


'Ik wil een 3-6-9-contract in de liefde kunnen afsluiten.' Hij zegt het met overtuiging.

Het is nog vroeg. Ik kom nog maar net de ruimte binnen.
'We hebben het over relaties', zegt ze.
Ik maak een beweging alsof ik moet vechten tegen een plotselinge windvlaag.

Ze zijn al even op dreef. Ze willen niet meer passen in hokjes, in de vakjes in de hoofden van andere mensen. En ze zijn op zoek naar nieuwe mogelijkheden in de liefde.
'We mogen niet van elkaar claimen dat we voor eeuwig bij elkaar moeten blijven', zegt ze.
Ik luister. Mijn brein moet nog op gang komen.

'Wie woont nu nog zijn hele leven op dezelfde plek?', zegt hij. 'Wie werkt nu nog zijn hele leven voor dezelfde werkgever?' Het derde thema stelt de eeuwige liefde in vraag. 'Zullen we over drie jaar eens evalueren? Dat moeten we tegen elkaar kunnen zeggen. En zolang we ons goed voelen, blijven we bij elkaar', besluit hij.
Ik moet schrapen in mijn hoofd, op zoek naar iets zinnigs om mee te doen in het gesprek. Mijn bedenkingen vallen dikwijls pas later.

'Er moeten toch meer opties zijn dan wat we al ons hele leven voorgeschoteld krijgen? Ofwel kies je voor optie A en sluit je een eeuwigdurend verbond ofwel beland je aan het andere uiterste, optie B, de onenightstands. En in geen van beide gevallen zijn we gelukkig.'
Zij is er ook naar op zoek, zegt ze, naar een vorm van liefde die geluk met zich meebrengt.
'Maar wat is optie C?', vraagt hij.

'Nu', zeg ik, 'optie C is nu.'

(Elke dag een kort bericht - dag 10)


Rokken

dromenPosted by Jasmien Aernout 21 Sep, 2018 08:32


In het dorp woonde een reuzin. Ze was groter dan de bomen op het kerkplein. Haar sandalen pasten net niet in een gezinswagen. Ze liep altijd in het midden van de weg zodat haar lange paarse rokken tegen de wangen van de mensen streelden. De hele dag wandelde ze traag door het dorp. De mensen sloten hun ogen wanneer de zachte stof hun gezichten aaide.

Sommige dorpelingen namen een omweg naar het werk. Anderen wachtten geduldig de hele dag op een bank. Kinderen duwden hun snuiten in haar rokken en renden daarna vooruit om het nog eens te kunnen doen.

Op een dag hield de reuzin halt. Ze boog haar hoofd tussen het loof van de bomen. Vlak bij haar dikke teen lag een oranje fietshelm op de weg. Tussen duim en wijsvinger nam de reuzin de helm vast en bracht hem tot bij haar ene oog. Daarna liet ze de helm in de zak van haar rokken glijden.

Maandenlang bewaarde de reuzin de oranje fietshelm. Soms speelde ze ermee. Ze zette hem op haar vingertoppen of op de kop van de kerkhaan. Op een morgen werd ze wakker van luidruchtig gekwetter. Een moedervogel zat op een tak te fluiten om hulp. Eerst begreep de reuzin het niet maar dan zag ze drie vogeljongen hulpeloos zitten in een half naar beneden gevallen nest. De reuzin boog zich tussen de takken en stak de fietshelm vast onder het kapotte nest.

Als je nog eens iets geks in een boom ziet hangen...

(Elke dag een kort bericht - dag 5)



Niet struikelen over de liefde

dromenPosted by Jasmien Aernout 17 May, 2018 08:05

Ze zeggen dat je niet mag blijven liggen als je niet kan slapen.
De nacht schijnt haar kamer binnen. Het rolgordijn hangt op een kier zodat de ochtendzon haar op natuurlijke wijze kan wekken. Maar de slaap vatten is moeilijk, ook al is ze moe en dut ze praktisch in op de sofa. Eens ze in haar bed ligt, is de maalstroom niet te stoppen. Ook vanavond niet. Zelfs tijdens een rondje met de meditatie-app houdt ze in haar achterhoofd dat de wifi nog uit moet daarna. Over elke beslissing die ze de laatste tijd neemt, struikelt ze. Elke keer opnieuw. Ze draait zich op haar zij, dan op haar andere zij, op haar rug. Ze legt haar handen op haar borsten en de tranen rollen over haar wangen. Ze omhelst zichzelf, ze omklemt haar bovenlichaam met haar eigen armen om het schokken tegen te gaan. De nacht brengt enge gedachten waarvan ze weet dat ze door het donker zijn beïnvloed en dus niet waardevol zijn. Over elke beslissing struikelt ze maar niet over die van de liefde. Ze maakt die zin in haar hoofd af alsof het een vraag is.

Ze stevent ergens op af en ze is tot wanhoop van de goden te bang om de weg rechtdoor te nemen zodat ze zichzelf drempels voor de voeten gooit, opdat ze haar eigen shit zou hebben waarin ze kan vallen. Ze speelt een ingenieus en onderbewust spel, een perfect uitgedokterd remmechanisme op haar eigen leven om te voorkomen dat een beetje succes zich nog maar zou durven vertonen. Liever meet ze zich in maten en gewichten die niet eens voor haar geldig zijn, liever spelt ze zich labels op dan op te blijven komen voor het enige wat haar zo typeert: zichzelf, een hart dat roert, boeit en beroert en dat fluctueert, erger dan een onstabiele wisselkoers en waarvan ze moet leren houden, ook wanneer het sist op een grijze dag, woekert in nachten als deze en wanneer het lijkt alsof het er vandoor is gegaan, precies dan.

Door kieren en spleten die ze doorheen de jaren in de luiken sloeg die haar omsloten, piept de liefde. Ontluikende en schuchtere straaltjes die ze mocht proeven, waaraan ze bedeesd likte en die ze gretig opsnoof. De liefde, die ze tot nu gemakkelijk met de vlakke hand kon blokkeren, brandt harder en vastberadener dan ooit. Ze moet toegeven dat het onmogelijk wordt om zich te blijven verzetten.


Joggen naar het zuiden

dromenPosted by Jasmien Aernout 02 May, 2018 11:33

Er liep een jogger op de E17. Met zijn witte short en een haarband die zijn wilde manen moest temmen, leek hij te zijn weggelopen van een tennismatch uit de jaren zeventig. Het is natuurlijk niet waar wat ik vertel. Er liep geen jogger op de E17, het was avond en het goot bakken uit de lucht. Maar het zou een mooi beeld zijn geweest. Zeker als je je voorstelt dat je ineens tussen de heen-en-weerslingerende ruitenwissers en de gietende regen een paar witte, fluorescerende loopschoenen opmerkt en het steeds duidelijker wordt dat het om een getrainde loper met een stel stevige dijen gaat die schijnbaar onverstoord over de pechstrook de aprilse grillen trotseert.

Ik reed naar huis na een huiskamerconcert en ik was moe. Dan gebeurt het wel eens dat er dingen aan de horizon opduiken die er niet zijn. Het was met momenten rijden door de zee en ik vroeg me af hoe ver in het zuiden ik zou uitkomen als ik nu gewoon door bleef rijden, als ik het pedaal bleef intrappen tot de nacht en de regen verdwenen waren.

Onder een stralende ochtendzon parkeer ik de auto op een Frans dorpspleintje. Grijze kerktoren met trappen voor het portaal, in het midden een bloeiende lindeboom tussen de kiezelstenen. De bakker die één tafeltje met stoel voor de vitrine heeft staan, verkoopt kranten in een rekje dat piept wanneer het draait. Een schoolbus rijdt aan, pikt het kind met het fluohesje op dat samen met zijn moeder op de hoek van het plein wacht. Een grijzende vrouw dropt een lege fles in de glascontainer. Voor de rest is er geen kat, behalve een rosse met witte streepjes die op het muurtje van de begraafplaats balanceert en wegduikt wanneer de klokken drie keer slaan om vijf voor acht. De bakkersvrouw brengt een koffie met een croissant en het gaat van ‘bonjour’, ‘bienvenue’, ‘waar komt u vandaan?’, ‘wat hebben we meer nodig?’ tot ‘nu is het nog rustig maar over een paar weken staan er wel drie campers op het plein’ en ‘de kajakclub beneden opent eind deze week’ en ‘mijn zus heeft een B&B tussen de wijnranken, helemaal niet ver, slechts drie kwartier rijden’ en ‘merci’ en ‘enchanté’ en ‘bon appétit’. Verder niets, verder stil, verder alleen de zon. Nog voor ik een hap neem van de kraakverse croissant moet ik een vrachtwagen inhalen. Ik drijf het toerental van de ruitenwissers de hoogte in. Ik ben er duidelijk nog niet. Ogen open en recht door zee.

Next »