blog Braakbal

Bye bye matrasdromen

Posted by Jasmien Aernout 10 Apr, 2019 09:22

Blog image


Ik droeg deze morgen mijn matras naar het containerpark.

Het is een emotionele dag.

Ze was mijn allereerste eigen grote bed, ondertussen meer dan tien jaar oud en volgens slaapadviseurs best rijp voor een tweede leven, toch was het met de krop in de keel dat ik met mijn witte, nachtelijke draagvlak van één meter zestig op twee meter weg reed van huis. Want hoeveel verhuizingen heeft ze wel niet meegemaakt? Hoeveel kilometers aan Vlaamse snelwegen zijn onder haar door gemaald? Meestal ingepakt in plastic, vastgebonden op een aanhangwagen die net iets te klein was. Ik koesterde de zwarte vegen gemaakt door die talloze ritten in de regen. Ze vertelden me hoeveel keer ik van huis had gewisseld.

Ik had door het liggen een put in haar gemaakt. Mijn rug zeurde elke ochtend opnieuw bij het opstaan maar ik genoot zo van haar oppervlakte. ’s Morgens diagonaal wakker worden, vier keer over je schouder rollen en nog kieperde ze je er niet uit, ’s zomers je voeten van onder het laken trappen en wijdbeens naar het plafond liggen staren.

‘Wat gaat er van ze worden?’, vroeg ik in aan de man in het containerpark. Ik durfde het woord ‘brandstapel’ niet te gebruiken.
Hij haalde zijn schouders op.
Ze mocht naar het milieustraatje. Dat klinkt mooier dan het is.

Misschien doet het afscheid het meeste pijn omdat ik nog precies weet hoeveel geld ze ooit heeft gekost. Geld dat ik niet eens zelf moest ophoesten omdat ik ze cadeau kreeg. De gulle schenker reed er al die jaren daarna ook nog eens mee van hot naar her, met mij naast zich en mijn blik onafgebroken in de achteruitkijkspiegel.


Foto Viktoria Alipatova (Pexels)



Ophaalrokmensen

Posted by Jasmien Aernout 03 Apr, 2019 10:37

Niet alle boten kunnen onder de brug. 11,4 staat erop. Voor meer moet ze omhoog.

Haar haar is nog witter dan de kleur van haar jas. Zo wit dat het bijna geel wordt in het licht van de zon. De coupe ziet eruit alsof ze uit één stuk bestaat.
Subtiel duwt ze haar dikke mantel omhoog, haar helblauwe rok komt tevoorschijn en ze trekt hem op zijn plaats. Eerst kijkt ze rond en ze beslist dat ik het mag zien. Misschien denkt ze dat ik ook soms rokken op hun plaats moet trekken. Of het kan haar geen reet schelen.
Ze is iemand die er elke dag op zijn zondags uitziet. Ze is iemand voor wie op zijn zondags eruitzien nog bestaat.

De brug is neer.
De schroothoopboot geraakt er gewoon onderdoor.

Blog image
Deze morgen staat ze extra vroeg op want ze heeft een afspraak. Eigenhandig zet ze haar kapsel in de juiste vorm. Ze kamt haar haren met een paardenharen borstel. Ze trekt zwarte panty’s aan, zwarte instappers en dan haar helblauwe rok.

Er is niemand in huis. Ze zet twee ontbijtborden op tafel en pakt er eentje weer weg. Ze eet een dikke boterham met jonge kaas en dopt hem in de koffie.

In de hal trekt ze haar dikke mantel aan, pakt haar zwarte handtas als was het een vogelkooi en geeft voor de spiegel haar coupe een laatste duwtje.

Ze stapt door het park, steekt de weg over aan de verkeerslichten - ze hoeft niet te wachten, het licht staat op groen - en van ver hoort ze de bel van de brug. Dan staat ze stil, blijft op een afstand van andere wachtende wandelaars en fietsers en ze voelt hoe haar rok zich een weg naar boven heeft gebaand.

Het moet nu, straks is ze op haar afspraak en ze kan daar toch niet met haar vingers onder haar mantel zitten pulken. Zo meteen moet ze haar jas uittrekken en staat ze voor aap met een rok die tot net boven haar kont komt.

Ze kijkt traag om zich heen, doet alsof ze een wachtende is tussen zovelen. Dan ziet ze me en beslist dat het kan. Ze schuift met haar hand onder haar mantel, eerst links, daarna rechts, en ze voelt hoe de zachte voering over haar donkere panty’s terug op haar plaats glijdt. Op dat moment heeft de brug de daling ingezet.


Foto Daria Shevtsova (Pexels)


Oudjaardromen

Posted by Jasmien Aernout 19 Dec, 2018 12:20

Blog image
Vorige vrijdag vierde ik oudjaar. Er weerklonk een uur lang vuurwerk in de stad, dat was goed meegenomen, zeker omdat het pas half december was. Ik hief het glas en wenste iedereen een voorspoedig nieuwjaar. De dag erna bleef ik binnen in mijn pyjama, dat mag op de eerste dag van het jaar. Dankzij mijn voorsprong hoef ik straks die verdomde drempel naar een nieuw begin niet meer over. Tegen dan zijn mijn voornemens routines geworden, of ik heb ze al over de haag gegooid, dat kan ook.

De feestdagen die eraan komen voelen ineens niet meer zo dwingend aan. Er zijn een paar dingen te doen, dat wel. De wetenschap dat de maan aan de hemel blijft staan als ging april simpelweg over in mei is geruststellend. De geniepige angst die elk jaar in mijn keel omhoogklimt tijdens het gespeeld enthousiast aftellen naar middernacht zal er niet zijn. Die vrees was het grootste op mijn veertiende. Bij de overgang naar het nieuwe millennium kneep ik mijn oren en ogen dicht omdat ik werkelijk dacht dat de wereld zou vergaan. Gelukkig hoef ik dat niet nog eens mee te maken.

Sinds vrijdag denk ik elke dag: ‘Hèhè, hebben we dat toch al gehad.’
Mij zie je niet meer aftellen.



Prins (ahum) Koning Pitoen - een sprookjemensen

Posted by Jasmien Aernout 05 Dec, 2018 17:43

Blog image

‘Ik wil buiten spelen. Moet ik nu echt de hele dag op die stomme troon zitten?’
Het gezicht van de jonge prins Pitoen loopt rood aan.
‘Uw vader, onze koning, heeft gezegd dat u vandaag moet leren troonzitten’, reageert de paleiswachter. ‘Morgen heeft u etiquetteles en leert u hoofs dansen.’
Prins Pitoen laat zich onderuitzakken op de troon.
‘Rechtzitten, jonge meester.’
‘Weet je wat ik wil’, roept de prins. ‘IK WIL LEREN ANNEXEREN! En daarom moet ik buiten spelen. Hoe zal het rijk van mijn vader anders groter worden? Hij is een luie koning. We moeten zeeën en bergen veroveren en als we er niet geraken moeten we desnoods bruggen bouwen!’
‘Ik bewonder uw strijdvaardigheid, jonge prins, maar de wil van de koning is wet. Zelfs voor zijn enige zoon’, zegt de wachter vastberaden. ‘U mag ook altijd huiswerk maken heeft hij gezegd’.
‘Ik kan niet wachten tot ik koning ben’, moppert prins Pitoen.

En zo geschiedde…

‘Ahaaa’. Het gejuich van Koning Pitoen De Eerste weerklinkt over het tentenkamp in een open plek in het bos. Zopas bezorgde een ridder een boodschap van aan het front.
‘Uw manschappen zijn erin geslaagd de volledige Driehoek aan de Zee van Alsof in te nemen, majesteit.’
Koning Pitoen legt een hand op zijn buik. Zijn darmen moeten wennen aan het eten buiten het paleis. Gisteren heeft hij met smaak de speciaal voor hem geschoten eland opgepeuzeld maar er moet toch iets met het dier aan de hand zijn geweest. Hij boert binnensmonds.
‘Laat de troepen onmiddellijk aan de bouw van een brug beginnen tussen mijn rijk en de Driehoek aan de Zee van Alsof. En zorg ervoor dat ze ineens drie datsja’s voor me neerpoten. Kan ik mijn vader zaliger - de goden hebben zijn ziel - eens laten zien hoe een echte koning te werk gaat.’

Drie dagen later houdt koning Pitoen zich krampachtig met twee handen vast aan de stam van een boom. Hij zit gehurkt en heeft zijn lange onderbroek tot aan zijn enkels afgestroopt. Tussen zijn tanden klemt hij de stof van zijn gewaad.
Er zit niks meer in, denkt hij. Ik heb die eland nu toch al helemaal uitgescheten? Ik zit hier verdorie al drie dagen te kakken in het bos.
In de verte rommelt het.
Wat voor een koning ben ik eigenlijk? Ik kan mijn eigen troepen niet eens meer aansturen.
Het begint te regenen, steeds harder. De koning is in een mum van tijd kletsnat.
‘Het spijt me vader’, huilt hij. ‘Het is het niet waard. Je had gelijk. Hoe slim of mooi we ook mogen zijn, ons koninklijk geslacht is niet gemaakt voor het buitenleven.’
Net wanneer hij denkt dat de aanval voorbij is en hij terug recht wil staan, kondigt een pijnlijke kramp een verse lading aan.
‘Het spijt me, vader.' De koning richt zijn verkrampte gezicht naar de hemel. 'Ik zal nooit meer buiten spelen.’
Het gejammer van koning Pitoen overstijgt het geluid van de vallende regen, de kwetterende vogels, de wind in de bomen. Als je goed luistert, kan je het horen.



Binnennatuur

Posted by Jasmien Aernout 14 Nov, 2018 10:54

Blog image
Het regent in de straat waar ik wandel. Rechts ligt het bos, links woont een koppel psychologen. In de bomen verderop hangt een kapotte eenhoorn. Roze en wit gekreukeld plastic zit verdraaid tussen de nijdige takken. Weg met ballonnen, denk ik. En met eenhoorns. Honden blaffen. Ik sla af bij een fontein en een afdak. Hier vieren de dorpelingen feest, als er iets te vieren valt. De weg wordt langzaam modder. Ik stap richting het bos. De lucht is mild en zoet als gestoofde prei. Er zijn geen bordjes te zien die me wijzen op het jachtseizoen. Chrysanten en een steen herdenken slecht neergekomen parachutisten. Ik kan hun namen niet goed lezen.

De deur staat open. Binnen zet een oude vrouw een kom dampende soep voor mijn neus. Ze draagt verschillende stukken stof als kleding over elkaar. Haar handen zijn rauw, haar haren grijs, haar ogen blauw.
‘De herfst is een sprookje’, zegt ze en ze giet dunne koffie in haar tas.
In het bos klinkt een schot. We kijken op.
De zon schijnt door een vuil raampje op de houten tafel waar we samen aan zitten.
Het is het licht. Ze zegt het niet.
Maar ik begrijp het. Hoe de schemering ons naar binnen dwingt en de nacht zijn eigen verhaal verzint.



De bloemkool is okénatuur

Posted by Jasmien Aernout 24 Oct, 2018 08:53

Blog image
Aan de kassa van de Delhaize kwam ik tot de conclusie dat ik mijn groenten en fruit niet had gewogen. ‘De bloemkool is oké’, zei het meisje en ze legde haar hand op de witte bol. Ze wachtte geduldig tot ik aan de reserveweegschaal de stickers op het juiste product had gekleefd. Natuurlijk koos ik tomaten in plaats van paprika. Ik plakte de foute sticker aan de rand van het tafeltje, bij de rest. Met mijn handen vol keerde ik terug naar het meisje, de courgette knelde ik onder mijn arm. Mijn betaalkaart werd niet goed gelezen.

Thuis zag ik dat alle appels en peren een merkstickertje hadden. Ik heb nog appels geplukt dus ik weet dat ze zo niet aan de bomen groeien. Ik heb ook nog peren uitgedund. Dat was nadat ik niet meer naar school wou. En voor ik in een textielatelier etiketten aan jeansbroeken schoot. Alles moet gelabeld worden of we vinden onze weg niet meer terug.

Gisteren bladerde ik door een positief magazine. Iemand nam het op voor het verdwalen. Ik heb het stuk niet gelezen. Als ik wil verdwalen doe ik dat liever uit mezelf. ’s Middags in het bos opende ik Google Maps om te weten welke kant ik uit moest want ik wilde geen twee keer dezelfde weg afleggen. Ik dacht dat ik maar beter kon verdwalen. Dan had ik een goed verhaal.



Drietandmensen

Posted by Jasmien Aernout 18 Oct, 2018 14:49

Blog image
Ik zit in een groep van mensen die op zoek zijn naar wat ze willen. 
De eerste dag vroegen we aan elkaar of we in het juiste lokaal zaten. Dat hadden we alvast goed. Daarna vonden we ook de koffiemachines en balpennen.

Er is iemand die goed kan organiseren. En ook iemand die graag met zijn handen werkt. Er is iemand die zoekt hoe ze zichzelf beetje bij beetje kan heropbouwen. Iemand wil niets meer moeten willen. Er is niemand die niet op zoek is.

In elke groep zit een leugenaar. 
Nu ben ik het. Ik kom bij de groep slechts een schop onder mijn kont halen dus ik weet wat ik wil. De groep is een excuus. Want ik talm en treuzel, denk liever na, peuzel aan mogelijkheden terwijl de dag van morgen achter me aanrent. Hij houdt een drietand in de lucht en roept: ‘Schrijf en zing dan toch, mijn kind!’

De dag van morgen heeft de gedaante van mannen, van vrouwen, van iets ouder en iets jonger. Gezichten die knikken, monden die vertellen en grappen, levens die floreren, hobbelen, vallen, vastgrijpen en rechtstaan.
Opnieuw.
Voor de koffie. En de zoektocht.

Morgen gaat de groep weer aan tafel zitten.
Morgen hebben ze een drietand bij.
Morgen trappen ze me buiten.



Granoladromen

Posted by Jasmien Aernout 18 Oct, 2018 14:43

Blog image
Ik wou granola maken met gedroogde stukjes appel maar niemand kon me vertellen hoe ik dat moest doen. Daarna liep ik met sportschoenen aan een berg op en ik hield ook nog een paar in mijn handen. Die aan mijn voeten waren roze, die in mijn handen blauw en waarschijnlijk voor mannen. Het had geregend, het asfalt wat nat. Er stonden kraampjes langs de weg maar ik stopte niet want ik moest naar boven. Het ging voor geen meter. Ik liep zo traag dat ik kon zien wat er in de kraampjes te koop was. Bergen zijn altijd moeilijk voor me geweest. Zeker als ik ze in mijn dromen moet oplopen. Iedereen heeft een paar van die obstakels die maar betekenis krijgen als ze ’s nachts bergen worden, of smalle kruipgangen of onstabiele bruggen of doolhoven. Het is de week van de betekenisdromen. Mijn vrienden betwijfelen me. Ze lachen me niet uit maar hun lippen krullen en ze zouden liever ergens anders zijn. Ik verdwaal in een ziekenhuis dat een zwembad is geworden en loop zo ver verloren dat ik op straat beland. Ik heb een gsm en een smartphone. De smartphone is leeg en het lukt me niet deftig op de knopjes van het gsm-toestel te drukken. We lijden collectief aan een minderwaardigheidscomplex. Dat krijgt ons vroeg of laat op een of andere manier te pakken.