blog Braakbal

blog Braakbal

Elke dag een godverdomme

koffiePosted by Jasmien Aernout 02 Oct, 2018 12:24

‘Godverdomme’. De pastoor schudt aan zijn kleed terwijl hij het kopje voor zich uit houdt. De koffie druppelt van zijn hand op de vloer van de bijkeuken.
‘Josianne, hoe dikwijls heb ik je al gezegd om het mij te laten weten als je hier bent.’

Het vrouwtje zit gehurkt achter de kastdeur. Cillit Bang, Mr Proper, Cif, bleekwater, azijn. Waar zou ik zijn mond vandaag eens mee spoelen?, denkt ze.
‘Ik heb geklopt op je kamerdeur’, zegt ze nog steeds met haar hoofd in de kast. ‘Maar ik dacht dat je nog sliep. Het was tenslotte dat feest gisteren.’
‘Dan heb ik dat niet gehoord.’ Hij gromt.

Josiannes tengere lijfje zit strak gebonden in een verkleurde schort. Haar krullen zijn blond, bijna wit en haar ogen drijven op twee uitgezakte wallen.
‘Dan heb je dat niet gehoord, nee.’ Ze gooit de kastdeur dicht.

‘Josianne, godverdomme.’ Hij zet het kopje op de kast. ‘Heb ik nog een reserve?’
‘Waarom heb je dat kleed nu al aan?’
‘Voor de viering, hé, Josianne. Over tien minuten staat mijn familie hier.’
‘Juist, meneer pastoors familieviering. Omhoog’. Ze wenkt met haar vinger.
De pastoor steekt zijn armen in de lucht. Josianne bukt zich om de rand van het gewaad te pakken en trekt het over zijn hoofd.
‘In je kast.’
‘Merci, Josianne. Godverdomme zeg’, roept hij terwijl hij wegloopt.

Josianne haalt een balpen en een boekje uit haar schort.
'Check', lacht ze en ze werpt een knipoog richting hemel.

(Elke dag een kort bericht - dag 12)

Meisjes van 18

mensenPosted by Jasmien Aernout 01 Oct, 2018 11:01


Ze zitten met vier in een driezit. Je zou er met gemak nog een paar van hen kunnen bijschuiven, het zou niet deren. Ik heb net liedjes voor ze gezongen. Over weggaan, over dood en over bleiten. Ze hebben cd’s gekocht.

Ze zien er zo onbelemmerd uit. Standvastig ook, volwassen, vastbesloten. Psychologen en communicatiemanagers in spe.

Ik zit er samen met haar naar te kijken.
‘Weet je nog die avond dat ik tegen je bleef volhouden dat ik zeventien was? Maar ik was zeker al achttien.’
Ze knikt.
‘Dat was wat’, zeg ik. En ook dat ik me eigenlijk nog steeds zeventien voel.
‘Ik ook’, zegt ze. ‘Maar soms ook zevenenvijftig.’

Ik draag regelmatig een onderbroek op mijn hoofd. Het is een handeling die me eigen is geworden. En dan verlies je dat ding ook niet, onderweg van de kast naar de badkamer. Met die onderbroek op mijn kop voel ik me veilig. Niet per se als een kind maar het geeft wel een soort van beschutting. Tegen de dag die nog moet komen, om de dromen van de nacht nog wat langer vast te houden misschien. En dankzij de gaten erin is het ook niet compleet beklemmend. Het heeft wat. Ik kan het je alleen maar aanraden.

Als meisje van achttien zette ik mijn onderbroek zeker op mijn kop. En ik geloof dat een paar hen het ook doen. Als ze van hun kot naar de gemeenschappelijke badkamer rennen terwijl op hun laptop een liedje speelt, ‘bleiten’ misschien.

(Elke dag een kort bericht - dag 11)

beeld: Kop van een vrouw, 1885, Vincent van Gogh

Optie C

dromenPosted by Jasmien Aernout 28 Sep, 2018 09:44


'Ik wil een 3-6-9-contract in de liefde kunnen afsluiten.' Hij zegt het met overtuiging.

Het is nog vroeg. Ik kom nog maar net de ruimte binnen.
'We hebben het over relaties', zegt ze.
Ik maak een beweging alsof ik moet vechten tegen een plotselinge windvlaag.

Ze zijn al even op dreef. Ze willen niet meer passen in hokjes, in de vakjes in de hoofden van andere mensen. En ze zijn op zoek naar nieuwe mogelijkheden in de liefde.
'We mogen niet van elkaar claimen dat we voor eeuwig bij elkaar moeten blijven', zegt ze.
Ik luister. Mijn brein moet nog op gang komen.

'Wie woont nu nog zijn hele leven op dezelfde plek?', zegt hij. 'Wie werkt nu nog zijn hele leven voor dezelfde werkgever?' Het derde thema stelt de eeuwige liefde in vraag. 'Zullen we over drie jaar eens evalueren? Dat moeten we tegen elkaar kunnen zeggen. En zolang we ons goed voelen, blijven we bij elkaar', besluit hij.
Ik moet schrapen in mijn hoofd, op zoek naar iets zinnigs om mee te doen in het gesprek. Mijn bedenkingen vallen dikwijls pas later.

'Er moeten toch meer opties zijn dan wat we al ons hele leven voorgeschoteld krijgen? Ofwel kies je voor optie A en sluit je een eeuwigdurend verbond ofwel beland je aan het andere uiterste, optie B, de onenightstands. En in geen van beide gevallen zijn we gelukkig.'
Zij is er ook naar op zoek, zegt ze, naar een vorm van liefde die geluk met zich meebrengt.
'Maar wat is optie C?', vraagt hij.

'Nu', zeg ik, 'optie C is nu.'

(Elke dag een kort bericht - dag 10)


Speculatiegratie

mensenPosted by Jasmien Aernout 27 Sep, 2018 11:15

Mijn buurvrouw, mevrouw De Koninck, brak haar been. Ik heb het van horen zeggen. Meteen snorde ik op internet alle mogelijke beenbreuken op. Er zijn gesloten en open breuken. Dwarse botbreuken, compressie- en avulsiebotbreuken, comminutieve en greenstickbotbreuken. In het dijbeen, kuitbeen of scheenbeen. Een van de symptomen is ‘een krakend geluid bij het bewegen van het bot’.

Ik belde naar het ziekenhuis een vroeg naar een beenbreekspecialist. Hij stelde me gerust. ‘Er zijn veel pistes mogelijkheid’, zei hij, ‘maar ik heb die specifieke case nu niet voor mij dus het blijft tasten in het duister. En opnieuw’, beklemtoonde de specialist, ‘we kunnen niets met zekerheid zeggen.’ Ik knikte en herhaalde zijn woorden: ’We kunnen niets met zekerheid zeggen’.

De hele avond luisterde ik naar de radio of ze me daar zouden vertellen dat ze ook nog niets wisten, dat er veel opties waren maar dat nog niets zeker was. Ik begreep het niet. Zelfs op televisie kwam er geen enkel bericht over de talloze mogelijke beenbreuken die mijn buurvrouw kon hebben opgelopen. Alleen dit: ‘Mevrouw De Koninck heeft haar been gebroken, meer nieuws volgt wanneer we duidelijke informatie hebben. Ze is omringd door haar familie.’ Ik werd boos en zette de televisie uit. Wat was dat nu? Mag een mens al niet meer speculeren? Stel je voor wat voor een leven dat zou zijn? Waar moeten we het dan in godsnaam nog over hebben?

(Elke dag een kort bericht - dag 9)



De oorzaak

natuurPosted by Jasmien Aernout 26 Sep, 2018 09:57

Ik beken. Het is mijn schuld dat ons land deze winter massaal met een stroomtekort komt te zitten. De onheilsberichten in de krant verzinnen tal van drogredenen, kapotte kerncentrales en dure stroom uit het buitenland, maar de oorzaak ligt bij mij. Ik ben verslaafd aan mijn elektrische verwarming in de badkamer.

Stoer verkondig ik dat ik de centrale verwarming pas in oktober opendraai, zoals dat hoort. Zoals mensen in het dorp hun dikke winterjas pas uit de kast halen na de jaarlijkse kermis in oktober. Hebben ze bij uitzonderlijke vroege koude tenminste iets om over te zeuren in de wachtrij van de slager. Maar deze winter zullen ze alle reden tot klagen hebben wanneer ze in die winterjas rillend aan de keukentafel zullen zitten.

In de badkamer, nog niet onderhevig aan renovatie, lonkte het werkloze elektrische toestel. Ik haalde het uit de kast en heb daarmee officieel de vloek over ons land afgeroepen.

Als ik ergens te laat kom, is dat dikwijls omdat ik aan mijn verwarmingstoestel ben blijven kleven. Het is mijn ersatz-ochtendknuffel, ik raak er niet van los. Ik laat mijn huid verworden tot perkament.

Het allereerste toestel dat me warm hield na het baden leerde mij lezen: ‘Do not cover - Nicht abdecken - Ne pas couvrir’. Met een handdoekje rond mijn naakte lijfje. Ik zocht zelfs de warme lucht van de droogkast op, en het ronken daarbij, heerlijk.

(Elke dag een kort bericht - dag 8)




Refterblues

mensenPosted by Jasmien Aernout 25 Sep, 2018 14:11

Lia plooit haar brooddoos open. Tegelijk sterft ze van de honger en wordt ze misselijk van de pijnscheuten in haar maag. Hoe laat zou het zijn? 12u03, 12u05 misschien? Ze is omringd door collega’s die boterhammen uit plastic zakjes trekken en sandwiches in soepkommen soppen. Lia houdt haar ellebogen dicht tegen haar lijf, haar voeten onbeweeglijk onder haar stoel. Ze hebben het over tv-programma’s. Over koken en mislukte appelcakes. Ze vragen zich af hoe ‘die’ ooit aan een vrouw denkt te raken. Over eilanden, fysieke proeven, schone lijven. Lia duwt haar wijsvinger in een boterham. De steken in haar maag worden erger. Ze kijkt naar kruinen, pratende monden vol eten, handen die kruimels samenvegen.

‘Ik heb geen televisie.’ Ze probeert te glimlachen en beseft dat ze nog geen spier ontspannen heeft. ‘Amai, ik zou dat niet kunnen.’ De vrouw die dat zegt prikt in kerstomaatjes en toefjes salade. Straks zal ze een grote reep chocolade bovenhalen. De kinderen. De ene heeft diarree, de andere leert fietsen, nog een andere heeft een vriendje een dikke mot verkocht en het is de schuld van nog een andere dat de vrouw nog steeds chocolade koopt ‘want anders, ja, anders vlogen de kilo’s er wel af.’ Hoe laat zou het nu zijn? Lia kijkt op haar telefoon. 12u15. Aanvaardbaar.

Op de parking kletst de zon in haar gezicht. Lia gaat zitten tegen de fietsenstalling en eet een boterham.


(Elke dag een kort bericht - dag 7)

Zoldergeluk

mensenPosted by Jasmien Aernout 24 Sep, 2018 11:34


Gisteren vond ik het geluk op zolder. Letterlijk.
Voor de zomer had ik mijn winterdekbed in een grote plastic tas gestopt en boven gedumpt. Ik hoefde er niet echt voor op zolder te komen. Meer zelfs, ik had er nog nooit een voet binnen gezet. Tijdens het huisbezoek met de makelaar en sinds ik hier meer dan anderhalf jaar geleden ben ingetrokken, had ik niet meer dan mijn hoofd door het zoldergat gestoken. Ik durf tredes missen en in het kwalijkste rampscenario tuimel ik twee verdiepingen lager. Het leek me veiliger zo weinig mogelijk spullen op zolder te bewaren.

Ik trok mijn wintersokken uit, ontgrendelde het luik met de metalen staaf en plooide de trap langzaam in elkaar. De boiler, een vergeten plafondlamp en net naast het zoldergat de zak met het dekbed. En ook, op een zorgvuldig aangebracht houten paneel een wegenkaart van België. Natuurlijk had ik die al gezien. En natuurlijk had ik dat raar gevonden. Maar ik zag ineens het artikeltje dat er boven hing: ‘De tien regels van het Geluk’. Nu moest ik de zolder helemaal op. Ik vroeg me af wie effectief tijd had doorgebracht onder dit dak? Er staken punaises in een andere wand. Iemand was hier op zoek geweest naar geluk met een grote G. Ik speurde naar aanduidingen op de wegenkaart maar vond niks.

Ik nam de zak met het dekbed en gooide hem door het gat. Hij kwam pas tot stilstand op de overloop. Tweede regel van het Geluk: Velen willen het Geluk bezitten, maar slechts weinigen besluiten ernaar op zoek te gaan.’

(Elke dag een kort bericht - dag 6)

Rokken

dromenPosted by Jasmien Aernout 21 Sep, 2018 08:32


In het dorp woonde een reuzin. Ze was groter dan de bomen op het kerkplein. Haar sandalen pasten net niet in een gezinswagen. Ze liep altijd in het midden van de weg zodat haar lange paarse rokken tegen de wangen van de mensen streelden. De hele dag wandelde ze traag door het dorp. De mensen sloten hun ogen wanneer de zachte stof hun gezichten aaide.

Sommige dorpelingen namen een omweg naar het werk. Anderen wachtten geduldig de hele dag op een bank. Kinderen duwden hun snuiten in haar rokken en renden daarna vooruit om het nog eens te kunnen doen.

Op een dag hield de reuzin halt. Ze boog haar hoofd tussen het loof van de bomen. Vlak bij haar dikke teen lag een oranje fietshelm op de weg. Tussen duim en wijsvinger nam de reuzin de helm vast en bracht hem tot bij haar ene oog. Daarna liet ze de helm in de zak van haar rokken glijden.

Maandenlang bewaarde de reuzin de oranje fietshelm. Soms speelde ze ermee. Ze zette hem op haar vingertoppen of op de kop van de kerkhaan. Op een morgen werd ze wakker van luidruchtig gekwetter. Een moedervogel zat op een tak te fluiten om hulp. Eerst begreep de reuzin het niet maar dan zag ze drie vogeljongen hulpeloos zitten in een half naar beneden gevallen nest. De reuzin boog zich tussen de takken en stak de fietshelm vast onder het kapotte nest.

Als je nog eens iets geks in een boom ziet hangen...

(Elke dag een kort bericht - dag 5)



« PreviousNext »