blog Braakbal

blog Braakbal

In de kerselaar

dromenPosted by Jasmien Aernout 14 Apr, 2018 13:31


Ik weet niet meer precies waar ik als kind van droomde maar dat ik veel dromen had staat vast. Ik denk dat ik vooral uitkeek naar het leven. Het leven dat me op een bepaald moment in de toekomst, zonder dat ik er op dat ogenblik erg in zou hebben, in de schoot zou worden geworpen. Omdat dat nu eenmaal zo gaat. Omdat ik dacht dat het leven begon wanneer je geen kind meer was. Genietend van een allesomvattende liefde zou ik zonder complexen dat prefableven leiden. Tot het zover was, moest ik nog maar even kind zijn.

In de lente bloeiden de Japanse kerselaars in de straat. En omdat ik overtuigd bezig was met kind zijn, had ik best veel fantasie. Ik verstopte me in een van de roze kruinen en om het extra gezellig te maken nam ik een schriftje mee om verhalen te schrijven met buren en voorbijgangers als inspiratie. In onze verkeersarme straat was praktisch niemand op de been maar de intriges ontsponnen zich gemakkelijk in mijn hoofd.

Ook was ik verzot op de boeken van Marc de Bel en ik wou daarom net als een van zijn personages een eigen woonwagen in de tuin. Pure romantiek was het. Die caravan kwam er niet maar ik werd zo goed in verbeelding dat ik liever in mijn hoofd zat dan elders. Gelukkig mag een kind dat. Mijn beste vriend werd Stan. Hij woonde, wonder boven wonder, samen met zijn oma en zus in een woonwagen op een braakliggend perceel iets verderop. ’s Avonds zat hij op een stoel naast mijn bed. Stan woonde in mijn hoofd.

Toen ik na enkele jaren vond dat ik te groot was om nog langer een ingebeelde vriend te hebben, nam ik plechtig afscheid van Stan. Ik zou mijn dag niet langer met hem bespreken, het was een logische maar best moeilijke stap. Het voorspel van het echte leven werd een regelrechte afknapper. Mijn rebelse karakter nam het over van mijn fantasie. Van toen af werden de schriftjes dikker, de realiteit verdiende rake klappen. En toch dacht ik nog steeds dat het leven me op een bepaald moment zou overkomen, zomaar uit het niets. Omdat dat nu eenmaal zo gaat.

Wat een opdoffer is het wanneer blijkt dat het leven niet op ons zit te wachten. Hoe ik daar als kind in ben gaan geloven, ik weet het niet. Het is een verwachting die bij behoorlijk wat mensen op medelijden zal rekenen, maar waarvan ik geloof dat er evenveel zijn die die ervaring met mij delen. En dan zijn er misschien nog eens zoveel die er nog nooit bij stil hebben gestaan, ofwel omdat ze het te druk hebben met over alles heen te hossen, ofwel omdat ze nog steeds aan het wachten zijn.

Met dat prefabgeluk is het goddank niets geworden. Ik ben alleszins blij dat het kind in mij niet verloren is gegaan. Het lijkt me vreselijk zonder die uiting van de creatieve geest te moeten leven. Een gezonde portie verbeelding is een klever op de ziel, of als je de voorkeur geeft aan een iets minder fatalistische benadering, een briesje op een hete dag.

De Japanse kerselaar keert dikwijls terug in mijn gedachten. Natuurlijk moest ik eerst klimmen om tot in de kruin te komen. Wie zegt dat dromen zo gemakkelijk is, heeft het niet bij het rechte eind.