blog Braakbal

blog Braakbal

ZIELENROEP

dromenPosted by Jasmien Aernout 04 Jun, 2019 11:01



Die dag ga ik solliciteren in een psychiatrische instelling. Meer dan met het gesprek ben ik bezig met het idee dat ze me er zullen houden. Omdat ik niet stabiel ben, omdat ik het sollicitatiespel dat ik normaal goed kan spelen bij hen niet zal kunnen spelen. Omringd door zielenknijpers, argusogen en friemelbreinen vrees ik door de mand te zullen vallen.

En ook, ik ben visueel niet evenwichtig. De pijnlijke lies die de kop opsteekt na een week in een stapelbed te slapen trekt door naar mijn knie en enkel. Tijdens het stappen schiet ik nu en dan door mijn been waardoor ik lichtjes hink. Ik zie mezelf al struikelen door lege, imposante gangen op zoek naar het kamertje waar de interviewer op me wacht, doordrenkt van het pijnlijke besef dat alle ogen op het domein - die van personeel én patiënten - dwars door mijn masker heen kijken. Ik zal zoeken naar de canapé waarop ik mag gaan liggen en de vraag ‘noem drie negatieve kenmerken van jezelf’ met geschreeuw beantwoorden: ‘Er zijn er zoveel, meneer.’

De hoge plafonds zullen de echo van mijn zielenroep incasseren en er zal geknikt worden. ‘Het is goed dat je gekomen bent.' Ik zal naar adem happen. Door smalle, dunne vensters zal ik een roodborstje zien springen in de takken van een bessenstruik. En er zal verlichting komen. Verlichting in de hand die op mijn schouder zal liggen. Een hand die me door de nu dun bevolkte gangen richting uitgang brengt. En de zon zal schijnen. Met de gloed van de hand op mijn schouder zal ik bevrijd worden. En ik zal zeggen: ‘Het is zo gek nog niet.’



Stemvork

mensenPosted by Jasmien Aernout 15 May, 2019 11:57

De manier waarop ze de stemvork vastnam en tegen de gitaar aantikte. Ik gruwelde ervan. Ik zat in de gitaarles, die was op donderdagavond. Mijn linkervoet moest op dat idiote voetstuk. Hoe lager ik het met de jaren mocht afstellen, hoe trotser en ook groter ik werd. Onder mijn rechterpols moest een denkbeeldige tennisbal kunnen. Maar ik had geluk, mijn lange vingers compenseerden mijn gebrek aan talent. De juf had alleen aan haar rechterhand immens lange nagels, die van haar andere hand knipte ze afgrijselijk kort. Ik beeld me in dat ze met woeste gebaren het nagelschaartje hanteerde. Ze was streng. En een roker.

Een stemvork - ik heb dat nooit gehad, mijn gehoor vertrouwde op een apparaatje op batterijen - heeft op mij een ijzig nazinderend effect. Maar op dit moment heb ik het nodig. Wikipedia zegt dat een stemvork ‘zo is geconstrueerd dat de toon nauwelijks afhangt van temperatuur en luchtvochtigheid’. De vork stelt ons in staat in alle omstandigheden te kiezen voor trillingen die potverdikke perfecte klanken benaderen. Maar ik ben bezig met een project dat zich vragen stelt bij perfectie, bij de perfecte mens. Bij keuzes die we omwille van steeds betere technologieën moeten maken. En ik wil daarover praten. Ik wil de stem van zogenaamd valse klanken of verzwegen trillingen laten horen. Alles is trilling, alles is energie. We moeten onze unieke stemvorken vastnemen en elkaar een tikje geven om onze verhalen los te weken.

Kijk hier naar mijn oproep: http://www.bloedtest.org/verhalen-en-getuigenissen/



Foto: Martin Adams by Unsplash


Vos en eekhoorn

natuurPosted by Jasmien Aernout 08 May, 2019 11:01


Ik scroll niet meer door parallelle levens. Ik hou wel van Kunstenfestival Watou.

Facebook is een adressengids.

Vroeger kregen we De Flapuit in de bus. Ik zocht direct naar onze naam: een keer bij de juiste straat, een keer alfabetisch. Daarna las ik advertenties van handelaren uit ons dorp die ik niet kende. Dan verdween die onderaan de kast.

Ik ban de monsterapp van mijn telefoon.

Ze zegt dat elk leven een geschenk is, ook al zit het niet altijd in een mooie verpakking. Haar ogen zijn bruin. We besluiten dat we ons lijf eerst helemaal leeg moeten laten lopen voor we ruimte hebben voor nieuwe dingen.

Mijn voorhoofd gloeit en ik stap naar huis met een sleutel in mijn handen.

In de Ardennen zie ik een eekhoorn en een vos. De eekhoorn rent de boom in met een dennenappel in zijn mond. De vos maakt sprongetjes in het weiland naast het centre commercial. Hij ziet dat. Ik drink koffie. Ik heb niet zo’n goede ogen. Er komen soms vlekken op mijn lenzen als ik moe ben.



Oordoppen

schrijvenPosted by Jasmien Aernout 24 Apr, 2019 10:21



Als je koud hebt, helpen oordoppen niet.

Zoiets krijg ik van mezelf te horen wanneer ik in bed lig met koude voeten.
Mijn grootste gesprekspartner ben ikzelf, met als gevolg dat ik aan anderen niet veel meer te vertellen heb. Als ik niet met mezelf zou praten, ben ik bang dat ik op straat wildvreemden zou aanklampen. Ik herhaal alles drie keer. Ik herhaal alles drie keer.

Ik denk aan de zin ‘toen brak het bos’. Iemand herinnerde me eraan dat ik die zelf geschreven heb. Toen ik het lied zocht waarin ze voorkomt, brak ik.

‘Een tak die breekt, wat maakt het uit maar toen jij ging, toen brak het bos.’

Het lukte me niet het lied de eerste keer tot het eind te zingen. Ik vind het altijd van een vreemdsoortige idolatrie getuigen wanneer ik moet huilen bij een eigen tekst. Toch was het deze keer niet zozeer om de woorden op zich te doen, maar om de hele bundel waarin ze zaten, de wereld waarin ik leefde toen ik zulke teksten schreef, de berg verdriet waar ik - van nu af bekeken - blijkbaar moederziel (ah, haha) alleen op zat, een berg zo groot, zo omslachtig, zo onomarmbaar, zo ongrijpbaar, zo onmetelijk.

De bundel ging dicht, niet meer op mijn lijf geschreven.
Het bos wel. Natuurlijk.



Bye bye matras

dromenPosted by Jasmien Aernout 10 Apr, 2019 09:22


Ik droeg deze morgen mijn matras naar het containerpark.

Het is een emotionele dag.

Ze was mijn allereerste eigen grote bed, ondertussen meer dan tien jaar oud en volgens slaapadviseurs best rijp voor een tweede leven, toch was het met de krop in de keel dat ik met mijn witte, nachtelijke draagvlak van één meter zestig op twee meter weg reed van huis. Want hoeveel verhuizingen heeft ze wel niet meegemaakt? Hoeveel kilometers aan Vlaamse snelwegen zijn onder haar door gemaald? Meestal ingepakt in plastic, vastgebonden op een aanhangwagen die net iets te klein was. Ik koesterde de zwarte vegen gemaakt door die talloze ritten in de regen. Ze vertelden me hoeveel keer ik van huis had gewisseld.

Ik had door het liggen een put in haar gemaakt. Mijn rug zeurde elke ochtend opnieuw bij het opstaan maar ik genoot zo van haar oppervlakte. ’s Morgens diagonaal wakker worden, vier keer over je schouder rollen en nog kieperde ze je er niet uit, ’s zomers je voeten van onder het laken trappen en wijdbeens naar het plafond liggen staren.

‘Wat gaat er van ze worden?’, vroeg ik in aan de man in het containerpark. Ik durfde het woord ‘brandstapel’ niet te gebruiken.
Hij haalde zijn schouders op.
Ze mocht naar het milieustraatje. Dat klinkt mooier dan het is.

Misschien doet het afscheid het meeste pijn omdat ik nog precies weet hoeveel geld ze ooit heeft gekost. Geld dat ik niet eens zelf moest ophoesten omdat ik ze cadeau kreeg. De gulle schenker reed er al die jaren daarna ook nog eens mee van hot naar her, met mij naast zich en mijn blik onafgebroken in de achteruitkijkspiegel.


Foto Viktoria Alipatova (Pexels)



Ophaalrok

mensenPosted by Jasmien Aernout 03 Apr, 2019 10:37

Niet alle boten kunnen onder de brug. 11,4 staat erop. Voor meer moet ze omhoog.

Haar haar is nog witter dan de kleur van haar jas. Zo wit dat het bijna geel wordt in het licht van de zon. De coupe ziet eruit alsof ze uit één stuk bestaat.
Subtiel duwt ze haar dikke mantel omhoog, haar helblauwe rok komt tevoorschijn en ze trekt hem op zijn plaats. Eerst kijkt ze rond en ze beslist dat ik het mag zien. Misschien denkt ze dat ik ook soms rokken op hun plaats moet trekken. Of het kan haar geen reet schelen.
Ze is iemand die er elke dag op zijn zondags uitziet. Ze is iemand voor wie op zijn zondags eruitzien nog bestaat.

De brug is neer.
De schroothoopboot geraakt er gewoon onderdoor.


Deze morgen staat ze extra vroeg op want ze heeft een afspraak. Eigenhandig zet ze haar kapsel in de juiste vorm. Ze kamt haar haren met een paardenharen borstel. Ze trekt zwarte panty’s aan, zwarte instappers en dan haar helblauwe rok.

Er is niemand in huis. Ze zet twee ontbijtborden op tafel en pakt er eentje weer weg. Ze eet een dikke boterham met jonge kaas en dopt hem in de koffie.

In de hal trekt ze haar dikke mantel aan, pakt haar zwarte handtas als was het een vogelkooi en geeft voor de spiegel haar coupe een laatste duwtje.

Ze stapt door het park, steekt de weg over aan de verkeerslichten - ze hoeft niet te wachten, het licht staat op groen - en van ver hoort ze de bel van de brug. Dan staat ze stil, blijft op een afstand van andere wachtende wandelaars en fietsers en ze voelt hoe haar rok zich een weg naar boven heeft gebaand.

Het moet nu, straks is ze op haar afspraak en ze kan daar toch niet met haar vingers onder haar mantel zitten pulken. Zo meteen moet ze haar jas uittrekken en staat ze voor aap met een rok die tot net boven haar kont komt.

Ze kijkt traag om zich heen, doet alsof ze een wachtende is tussen zovelen. Dan ziet ze me en beslist dat het kan. Ze schuift met haar hand onder haar mantel, eerst links, daarna rechts, en ze voelt hoe de zachte voering over haar donkere panty’s terug op haar plaats glijdt. Op dat moment heeft de brug de daling ingezet.


Foto Daria Shevtsova (Pexels)


Oudjaar

dromenPosted by Jasmien Aernout 19 Dec, 2018 12:20


Vorige vrijdag vierde ik oudjaar. Er weerklonk een uur lang vuurwerk in de stad, dat was goed meegenomen, zeker omdat het pas half december was. Ik hief het glas en wenste iedereen een voorspoedig nieuwjaar. De dag erna bleef ik binnen in mijn pyjama, dat mag op de eerste dag van het jaar. Dankzij mijn voorsprong hoef ik straks die verdomde drempel naar een nieuw begin niet meer over. Tegen dan zijn mijn voornemens routines geworden, of ik heb ze al over de haag gegooid, dat kan ook.

De feestdagen die eraan komen voelen ineens niet meer zo dwingend aan. Er zijn een paar dingen te doen, dat wel. De wetenschap dat de maan aan de hemel blijft staan als ging april simpelweg over in mei is geruststellend. De geniepige angst die elk jaar in mijn keel omhoogklimt tijdens het gespeeld enthousiast aftellen naar middernacht zal er niet zijn. Die vrees was het grootste op mijn veertiende. Bij de overgang naar het nieuwe millennium kneep ik mijn oren en ogen dicht omdat ik werkelijk dacht dat de wereld zou vergaan. Gelukkig hoef ik dat niet nog eens mee te maken.

Sinds vrijdag denk ik elke dag: ‘Hèhè, hebben we dat toch al gehad.’
Mij zie je niet meer aftellen.



Prins (ahum) Koning Pitoen - een sprookje

mensenPosted by Jasmien Aernout 05 Dec, 2018 17:43



‘Ik wil buiten spelen. Moet ik nu echt de hele dag op die stomme troon zitten?’
Het gezicht van de jonge prins Pitoen loopt rood aan.
‘Uw vader, onze koning, heeft gezegd dat u vandaag moet leren troonzitten’, reageert de paleiswachter. ‘Morgen heeft u etiquetteles en leert u hoofs dansen.’
Prins Pitoen laat zich onderuitzakken op de troon.
‘Rechtzitten, jonge meester.’
‘Weet je wat ik wil’, roept de prins. ‘IK WIL LEREN ANNEXEREN! En daarom moet ik buiten spelen. Hoe zal het rijk van mijn vader anders groter worden? Hij is een luie koning. We moeten zeeën en bergen veroveren en als we er niet geraken moeten we desnoods bruggen bouwen!’
‘Ik bewonder uw strijdvaardigheid, jonge prins, maar de wil van de koning is wet. Zelfs voor zijn enige zoon’, zegt de wachter vastberaden. ‘U mag ook altijd huiswerk maken heeft hij gezegd’.
‘Ik kan niet wachten tot ik koning ben’, moppert prins Pitoen.

En zo geschiedde…

‘Ahaaa’. Het gejuich van Koning Pitoen De Eerste weerklinkt over het tentenkamp in een open plek in het bos. Zopas bezorgde een ridder een boodschap van aan het front.
‘Uw manschappen zijn erin geslaagd de volledige Driehoek aan de Zee van Alsof in te nemen, majesteit.’
Koning Pitoen legt een hand op zijn buik. Zijn darmen moeten wennen aan het eten buiten het paleis. Gisteren heeft hij met smaak de speciaal voor hem geschoten eland opgepeuzeld maar er moet toch iets met het dier aan de hand zijn geweest. Hij boert binnensmonds.
‘Laat de troepen onmiddellijk aan de bouw van een brug beginnen tussen mijn rijk en de Driehoek aan de Zee van Alsof. En zorg ervoor dat ze ineens drie datsja’s voor me neerpoten. Kan ik mijn vader zaliger - de goden hebben zijn ziel - eens laten zien hoe een echte koning te werk gaat.’

Drie dagen later houdt koning Pitoen zich krampachtig met twee handen vast aan de stam van een boom. Hij zit gehurkt en heeft zijn lange onderbroek tot aan zijn enkels afgestroopt. Tussen zijn tanden klemt hij de stof van zijn gewaad.
Er zit niks meer in, denkt hij. Ik heb die eland nu toch al helemaal uitgescheten? Ik zit hier verdorie al drie dagen te kakken in het bos.
In de verte rommelt het.
Wat voor een koning ben ik eigenlijk? Ik kan mijn eigen troepen niet eens meer aansturen.
Het begint te regenen, steeds harder. De koning is in een mum van tijd kletsnat.
‘Het spijt me vader’, huilt hij. ‘Het is het niet waard. Je had gelijk. Hoe slim of mooi we ook mogen zijn, ons koninklijk geslacht is niet gemaakt voor het buitenleven.’
Net wanneer hij denkt dat de aanval voorbij is en hij terug recht wil staan, kondigt een pijnlijke kramp een verse lading aan.
‘Het spijt me, vader.' De koning richt zijn verkrampte gezicht naar de hemel. 'Ik zal nooit meer buiten spelen.’
Het gejammer van koning Pitoen overstijgt het geluid van de vallende regen, de kwetterende vogels, de wind in de bomen. Als je goed luistert, kan je het horen.



Next »