blog Braakbal

blog Braakbal

Braakbal

dromenPosted by Jasmien Aernout 22 Jun, 2018 12:00


‘Vanwaar de naam?’
Het is een vraag die wel vaker komt.
Ik zou kunnen zeggen dat het mijn familienaam is. Net zoals die brave bediende ooit dacht.
‘Op welke naam mag de factuur?’
‘Braakbal’, zei ik.
‘Je hebt er ook niet zelf voor gekozen, hé’, zei hij met getraind commercieel medelijden.
‘Oh, jawel hoor’, lachte ik.
Ik had het niet door. Tot ik de factuur in handen kreeg. ‘Braeckbal’. Het zag er nog zo gek niet uit, er zijn ergere namen.

Wat zegt Wikipedia? ‘Een braakbal is een meestal ronde of ovale brok materiaal. Een braakbal bestaat uit de onverteerde resten van dieren, zoals haren, botjes en nagels. Braakballen worden alleen afgegeven door roofdieren. Het is een vorm van orale afgifte van onverteerbare resten door deze uit te braken.’

Het was zomer. Een vriend en ik waren naar een weiland afgezakt waar we naar Duikvlucht zouden kijken, een voorstelling van Studio Orka, maar een stortvloed gooide roet in het eten. We schuilden, de wolken verdwenen en de zon kwam godzijdank terug. Want tijdens die voorstelling viel de naam me simpelweg in de schoot, toen nog zonder door te hebben wat dat voor mij steeds meer zou gaan betekenen.

Zoals steeds overtreft het gezelschap zichzelf met geniale constructies, decors die bewegen, leven, verrassen en uitmunten in technische heerlijkheden en dat alles met een menselijkheid, een aanval op het hart. Een van de personages is een opmerkelijke verzamelaar. Met een gigantische machine zuigt hij braakballen uit de rivier. De verloren gewaande en met opzet weggegooide vondsten ordent hij bovendien volgens zijn eigen, unieke systeem. En dan rolt er ineens een meisje de scène op.

Het woord liet me niet meer los.

Braakbal.

Het zit erin en het komt er terug uit. Omdat het niet verteerbaar is. Omdat het gewoonweg niet anders kan. Doorslikken heeft geen zin. Wachten tot het overloopt ook niet. En misschien ben ik, snel getriggerd, extra vatbaar voor een moeilijke vertering. Het is ook een beetje vuil, niet netjes. Dierlijk. Het woord staat aan het begin van het alfabet en klinkt best vrolijk. Vrolijk, met een randje. Ik kan geloven dat anderen er niet van houden, de neus ophalen. Het hoeft trouwens niet zo wreed te zijn als het klinkt.

Het is een oefening, dat ‘braakballen’ (het werkwoord). Wat werp je op en wat niet, bij wie wel en bij wie niet, hoeveel of hoe weinig, op papier of gewoon gezegd, rijp gegist of vers gevallen? Wat je wel weet, is dat je er lichter van wordt. Toch zet die kennis je niet altijd aan tot actie. Het is als met een toertje lopen - bij mij toch - eerst uren treuzelen en overwegen, om daarna opgelucht en met een rode kop thuis te komen.

Gisteren luisterde ik tijdens het wandelen naar een TED-talk over het belang van theater voor de democratie. ‘Theater is een oefening in empathie’. Natuurlijk wel, toch bleef ik erop hangen. Omdat er een missie in schuilt. Een missie die mijn Braakbal ook heeft. Onbewust ontstaan, organisch gegroeid en het wordt steeds maar groter. Heerlijk. In mijn schrift schreef ik vorige week: ‘Het was een bedrogen uitkomst, te merken dat het hoofd niet alles in zijn eentje kan oplossen.’

Wordt vervolgd.